De EFSA, wat doen ze voor ons?

647 keer bekeken

 reacties

Alle zoetstoffen hebben een E-nummer. Dat betekent dat het door de Europese Commissie is goedgekeurd en verantwoord in gebruik is. De EFSA is de wetenschappelijke instantie die de Europese Commissie adviseert over of nieuwe en bestaande stoffen een E-nummer mogen hebben. Wat is de EFSA eigenlijk precies en hoe bepalen ze hun advies?

De European Food Safety Association (EFSA) is in 2002 opgezet als onderdeel van de Algemene levensmiddelenwetgeving. De bedoeling hiervan was om het adviesorgaan en het beleidsorgaan uit elkaar te halen. De EFSA adviseert nu de Europese Commissie en de Europese Commissie bepaalt de regels.

Wat doen ze?

De EFSA heeft een breed takenpakket op het terrein van voedselveiligheid, plantgezondheid, diergezondheid en -welzijn. Onderdeel van de taken van de EFSA is het adviseren over de toelating van additieven tot de voedselketen. Dat doen ze onder andere over E-nummers en dus ook zoetstoffen. E-nummers zijn additieven die aan etenswaren worden toegevoegd vanwege de smaak, kleur of houdbaarheid. Om zo’n additief te mogen gebruiken, moet je als fabrikant een E-nummer voor de stof aanvragen. De stof krijgt die alleen als hij is goedgekeurd door de Europese Commissie. De Europese Commissie vraagt hiervoor de EFSA om een risicobeoordeling te verrichten. Zij brengen advies uit, aan de hand van dat advies worden de regels bepaald. In dit advies staat ook de Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI), de maximale hoeveelheid die je op een dag van een stof mag eten.

Dat klinkt misschien gek, een stof waar een maximum aan zit om binnen te krijgen? Is dat dan niet sowieso schadelijk? Nee, dat is het niet. Eigenlijk alles waar je te veel van binnenkrijgt is te veel. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor water, zout of pure zuurstof.

Hoe doet de EFSA dat?

Hoe komt de EFSA tot een advies, is de volgende logische vraag. We vroegen het Robert van Gorcom, het enige Nederlandse lid van de management board van de EFSA en eveneens directeur van RIKILT Wageningen University & Research, het Nederlandse instituut voor voedselveiligheid. “Dat gebeurt aan de hand van wetenschappelijk onderzoek”, vertelt Van Gorcom ons. Voor haar tien verschillende werkgebieden wordt een panel van onderzoekers samengesteld, de management board waar Van Gorcom in zit is hiermee belast. “De primaire selectiecriteria zijn een goede verdeling van de verschillende benodigde expertises en de kwaliteit van de mensen. Er wordt gekeken naar hun individuele ervaring op het gebied van risicobeoordeling van voedsel maar ook effecten op het milieu.” Daarnaast zijn er ook nog andere criteria zoals een goede geografische verdeling, een goede man-vrouwverdeling en een variatie in leeftijd.

Als het onderzoek dat diegene uitvoert gerelateerd is aan de risicobeoordeling van de EFSA, dan kunnen we diegene ook niet vragen voor het panel

Belangenverstrengeling

Een probleem waar de EFSA tegenaan loopt is de kwestie van belangenverstrengeling. De management board waarborgt de onafhankelijke rol van de organisatie. In het bestuur van de EFSA is dit dan ook een belangrijk onderwerp van gesprek. “Over het algemeen is panellidmaatschap een absolute no-go wanneer een wetenschapper bijvoorbeeld bij een voedingsmiddelenbedrijf, een chemiebedrijf of een pesticidenproducent werkt”, vertelt Van Gorcom. “Er zijn ook mensen die aan de universiteit werken en in opdracht van een bedrijf onderzoek doen. Als het onderzoek dat diegene uitvoert gerelateerd is aan de risicobeoordeling van de EFSA, dan kunnen we diegene ook niet vragen voor het panel.” De regels hieromtrent moeten dus helder en duidelijk zijn, en daarvan moet niet worden afgeweken.

De vraag is waar die scherpe lijn gezet moet worden. Wetenschappelijk onderzoek kan niet uitsluitend betaald worden met subsidies, daar is de pot die de regering ervoor vrijmaakt niet groot genoeg voor. Tegelijkertijd is het essentieel om wetenschappers in het panel te hebben die gespecialiseerd zijn in het onderwerp en die liggen niet voor het oprapen. Dat vormt een dilemma. Moet er dan altijd een concessie worden gedaan in het geval dat zij worden (of onderzoek van hen substantieel wordt) gefinancierd door de industrie? “Ja, dat moet”, is het antwoord. “Dat is inderdaad een concessie, maar dan zal je nooit het verwijt krijgen dat uiteindelijk financiële belangen in plaats van de wetenschappelijke consensus het eindresultaat hebben bepaald. Het kan dus zijn dat de beste expert op het gebied toch niet in een panel kan komen, omdat die ook elders een belang heeft.”

Wanneer een producent een nieuwe stof wil gebruiken, dan moet hij dat aanvragen bij de Commissie

Waarom nieuw onderzoek starten?

Aanleiding voor het doen van onderzoek is een opdracht vanuit óf de Europese Commissie óf een lidstaat van de EU. Wanneer een producent een nieuwe stof wil gebruiken, dan moet hij dat aanvragen bij de Commissie. Een beoordeling duurt echter lang en het maken van het dossier is kostbaar. Bovendien is de Commissie heel streng, dus je moet als producent wel zeker van je zaak zijn om het aan te durven. Ook nieuwe wetenschappelijke resultaten kunnen een aanleiding zijn om opnieuw een risicobeoordeling te starten. Publieke negatieve gevoelens onder consumenten zullen er niet snel voor zorgen om een nieuwe beoordeling te doen maar op basis daarvan kan wel nieuw onderzoek worden geïnitieerd. “De EFSA zal met name kijken naar de stand van de wetenschap”, zegt Van Gorcom hierover. Als burger is het natuurlijk wel mogelijk de Commissie te stimuleren om opnieuw onderzoek te initiëren, maar de EFSA zelf zal nooit op een gerucht afgaan.

Het gesprek