De Nederlandse eetcultuur is van onschatbare waarde
Hans Dagevos

Hans Dagevos

Consumptiesocioloog Wageningen University & Research, lector Sociale innovaties Hogeschool Inholland

1276 keer bekeken

 reacties

Nederlanders zijn tegenwoordig een stuk kritischer op wat we eten. Welke invloed heeft voedsel op onze cultuur en kunnen we wel spreken van een Nederlandse eetcultuur? Wat levert het anders denken over ons voedsel ons nou eigenlijk op? “Er is een wens afstand en afscheid te nemen van een ‘agricultuur’ die gedomineerd wordt door ‘veel voor weinig’, rationaliteit en doelmatigheid, groei en groot, meer controle en minder kosten.”

Een van de geweldige tekeningen van de onlangs overleden Peter van Straaten toont een nurkse dubbelganger van wijlen Johannes van Dam die, gezeten in een fraaie eetgelegenheid met een volle menukaart voor de neus, verzucht: “Het is zo jammer dat we in dit land totaal geen eetcultuur hebben.” Dit is een opmerking die wel vaker wordt gemaakt. Al dan niet gevolgd door het maken van de vergelijking met Italië of Frankrijk waar de culinaire tradities en eetgewoonten diep wortelen in een vruchtbare voedingsbodem. Natuurlijk, deze overpeinzingen bevatten een kern van waarheid – onderzoek bevestigt dit ook wel.

Elke cultuur heeft een breed eetrepertoire

Er mag echter eveneens direct bij worden bedacht dat menig Fransman echt niet ten strijde zal trekken als zijn camembert in gevaar komt en niet iedere Italiaan een moord zal doen voor een stukje truffel. Laat het beeld evenmin zijn dat de Franse en Italiaanse hoogcultuur van ‘class food’ de laagcultuur van ‘mass food’ buiten de deur zou weten te houden. Alsof elke Fransman of Italiaan de neus zou ophalen voor goedkoop geproduceerd gemakseten. Niets is minder waar. De snelle eenheidshap behoort ook tot het Italiaanse en Franse eetrepertoire, zo goed als de Nederlandse eetcultuur de grauwgrijze gortepap, de doorgekookte groente en de pruttelende vleespotten ver is ontstegen.

Nederland eet ook geen gewoon prakje meer

Behalve dat er meer dan honderd Michelinsterren boven restaurants op Hollandse bodem stralen (het niveau van de Dutch cuisine en de topkoks is dusdanig dat het serieus is te overwegen hoe het voorbeeld van de New Nordic cuisine is te volgen om zo ook Nederland gastronomisch op de internationale kaart te zetten. Dan krijgt Frau Antje ook eens gezelschap van een chef), voelen veel consumenten zich verbonden met streekproducten, investeren of spannen ze zich anderszins in voor een voedselcoöperatie, ‘eetablissement’, boerenbedrijf of food festival. Tegelijkertijd worden kritische petities over voedselzaken getekend door tienduizenden mensen, vinden kookboeken en -programma’s een gretig publiek en dieetgoeroes gemakkelijk aanhang (die overigens vaak even zo snel weer afhaakt).

Hoe verschillend zulke onderdelen van onze eetcultuur ook mogen zijn, ze duiden op een behoefte aan beleving en bezieling in een onttoverde voedselwereld

Koester tegencultuur

Hoe verschillend zulke onderdelen van onze eetcultuur ook mogen zijn, ze duiden op een behoefte aan beleving en bezieling in een onttoverde voedselwereld. Ze refereren aan een wens afstand en afscheid te nemen van een ‘agricultuur’ die gedomineerd wordt door ‘veel voor weinig’, rationaliteit en doelmatigheid, groei en groot, meer controle en minder kosten. De economische en ecologische barsten die zich momenteel aftekenen in het agrarische bolwerk van exportoriëntatie, schaalvergroting en procesefficiëntie bevestigen nog maar eens hoe belangrijk het is een tegencultuur te koesteren. Wie op één paard gokt, is kwetsbaar, hoe wonderbaarlijk groot die paardenkracht ook is. Toekomstbestendigheid vraagt om pluriformiteit.

Een rijke agricultuur sluit tegenbewegingen in de keten of maatschappij niet uit, maar impliceert een daadwerkelijk inclusieve agrifoodsector vanuit het besef dat wie tegenspel organiseert sterker wordt.

Een rijke agricultuur heeft pluriformiteit als kernwaarde en waakt ervoor dat het voedseldomein wordt overheerst door één manier van denken en doen die nauwelijks (experimenteer)ruimte biedt aan tegendraadse manieren van denken en doen. Een rijke agricultuur verkettert of marginaliseert alternatieve initiatieven niet, maar koestert en cultiveert ze. Een rijke agricultuur sluit tegenbewegingen in de keten of maatschappij (ngo’s, burger-consumenten) niet uit, maar impliceert een daadwerkelijk inclusieve agrifoodsector vanuit het besef dat wie tegenspel organiseert sterker wordt. En vanuit het besef dat dit het democratisch gehalte van voedselland ten goede komt. Evenals op grond van de overtuiging dat het lerend vermogen, de innovatieve inbreng en de andersoortige uitstraling van afwijkende agricultuur nieuw elan en energie zullen brengen. Een gevarieerde agricultuur (productie) stimuleert bovendien variatie in de eetcultuur (consumptie), terwijl andersom, de laatste de eerste faciliteert en winst laat opleveren.

Cultuurverrijking voor de toekomst van onze eetcultuur

Een rijke agri- en eetcultuur zijn allesbehalve een monocultuur en boven alles van onschatbare waarde. Te meer omdat tal van problemen waar Nederland als voedselland mee wordt geconfronteerd en uitdagingen waar het voor staat, geen volwaardige of volledige oplossing zullen vinden in de gevestigde cultuur. Vertrouwen, transparantie, voedselzekerheid, duurzame productie en consumptie, gezonde keuzes en gezondheidshypes – het zijn allemaal vraagstukken die zich maar ten dele laten beantwoorden door het heersende culturele regime van vandaag. Het leveren van een groter aandeel aan oplossingen voor de huidige en voorliggende opgaven is gebaat bij een cultuurverrijking in voedselland Nederland.

Het gesprek