Het dossier zoetstoffen

595 keer bekeken

 reacties

Meer duidelijkheid scheppen rondom het onderwerp zoetstoffen, dat was het doel dat we onszelf half april stelden. We spraken met diverse wetenschappers, fabrikanten en diëtisten. Ruim een maand verder hebben we uiteenlopende artikelen, verhalen en perspectieven gepubliceerd. Tijd om de balans op te maken. Wat hebben we geleerd?

Basisbeginselen over zoetstoffen

Voor een gezond gesprek over zoetstoffen is kennis over de basisbeginselen essentieel. We kwamen er in de beginperiode dan ook achter wat we allemaal al weten over zoetstoffen. Wetenschappers legden uit wat zoetstoffen zijn en welk effect ze op ons hebben. Kees de Graaf, professor Sensoriek en eetgedrag aan de WUR gaf uitleg over de verschillende soorten zoetstoffen en vertelde over de ontdekking van de eerste zoetstof: saccharine. Dat bleek per ongeluk te zijn gegaan.

Een toevallige ontdekking dus, maar wat hebben zoetstoffen dan voor effect op je lichaam en je brein? Paul Smeets, neurowetenschapper aan de WUR, gaf inzicht. “Ik geloof graag dat je lichaam een verschil tussen zoetstoffen en suiker kan detecteren, maar de hamvraag is: hóe doet je lichaam dat dan?”

De reacties van onze lezers maakten duidelijk dat dit thema veel los maakt. Onze volgers namen stelling en voor- en tegenkampen werden gevormd.

Wat de EFSA doet

Als ze echt zo gevaarlijk zijn als wordt beweerd door sommige lezers, hoe konden ze dan ooit zijn goedgekeurd? Zoetstoffen zijn ontdekkingen van de mens en mogen alleen toegevoegd worden wanneer ze een E-nummer hebben. De EFSA onderzoekt voor Europa welke toevoegingen er in onze voedselketen kunnen worden toegelaten. We spraken daarom met het enige Nederlandse lid van het management board van EFSA, Robert van Gorcom. Maar EFSA ligt ook onder vuur. Een probleem waar de EFSA tegen aanloopt is de kwestie van belangenverstrengelingen. Hoe gaan ze hiermee om?

Perceptie is één ding en staat veraf van de wetenschappelijke juistheid.

Case: Peijnenburg Zero

Producenten gaan uit van de Nederlandse wetgeving (die op zijn beurt weer uitgaat van de Europese wetgeving). Bij het ontwikkelen van een nieuw product maakt een producent voortdurend keuzes. Welke keuze maken ze als het gaat om het gebruik van zoetstoffen of suiker? De ontbijtkoek Peijnenburg Zero is een product waar lang over is nagedacht: doordat het verhit moet worden is de keuze voor een zoetstof beperkt.  Die viel uiteindelijk op xylitol. René Groen, directeur van Peijnenburg vertelde ons waarom.

Case: Sprite is alleen nog te koop met zoetstof

Als frisdrankfabrikant is Coca-Cola het aangewezen bedrijf om te vertellen waarom zij kiezen voor zoetstoffen. Sinds kort is er in Nederland alleen nog suikervrije Sprite verkrijgbaar. Deze nieuwe versie wordt gezoet met aspartaam. Maureen O’Sullivan, Health & Nutrition Manager voor moederbedrijf Coca-Cola Benelux, sprak over de nieuw Sprite. Ondanks dat aspartaam een negatief imago heeft, past Coca-Cola hun product niet aan op basis van deze negatieve perceptie van de consument. Ze gaan uit van wetgeving.

Maureen: “Perceptie is één ding en staat veraf van de wetenschappelijke juistheid. Wij begrijpen dat de consument zich zorgen maakt over dergelijke kwesties. Het is ook niet verwonderlijk als je ziet welke onzin er allemaal op het internet circuleert. Het is best lastig om feiten van fabels te onderscheiden als je hier niet dagelijks mee bezig bent.”

Het is duidelijk dat er een grote groep consumenten is die angstig is voor zoetstoffen en E-nummers

Waarom zijn we bang voor geteste voedingsstoffen?

Het is duidelijk dat er een grote groep consumenten is die angstig is voor zoetstoffen en E-nummers. De populaire gedachte is dat zoetstoffen niet goed, of zelfs schadelijk, zijn voor de gezondheid. Waarom zijn consumenten bang voor geteste voedingstoffen? Voedingswetenschapper Alie de Boer legt uit dat de risicoperceptie voor de consument anders is, omdat ze geen gevoel hebben van controle over de eventuele risico’s. De oplossing om deze angst weg te nemen? Experts moeten meer uitleggen. “Eigenlijk moeten we de bange consument dus niet aan het werk zetten, maar alle voedings-, communicatie- en juridische wetenschappers!”

Biedt de voedingsdeskundige soelaas?

Waar kan de consument dan aankloppen met vragen? De diëtist is de aangewezen persoon om duidelijkheid te verschaffen. Drie diëtisten en één gewichtsconsulent waren het met elkaar eens: eet vooral met mate. Als zoetstoffen je helpen om minder suiker te eten, doe dat dan.

Over deze rol van zoet in ons leven, spreekt ook hoogleraar Innovatie gezonde voeding Fred Brouns in zijn pleidooi voor een minder zoete wereld. Wil je leven in een minder zoete wereld, dan zal je zelf belangrijke keuzes moeten maken.“Wil je leven in een minder zoete wereld, dan zal je zelf belangrijke keuzes moeten maken.”

De wetenschappelijke feiten zeggen iets anders dan de angstscenario’s op internet doen vermoeden

Internetmythes

Wat er precies voor zorgt dat met name gevoel, in tegenstelling tot ratio of wetenschap, de overhand neemt bij het vormen van een mening blijft speculeren. Dat angstscenario’s buitensporig groot kunnen groeien op internet en social media, is onmiskenbaar. Internetmythes, noemen we ze. Fred Brouns was deze internetmythes ook opgevallen en besprak er twee die betrekking hebben op zoetstoffen. De wetenschappelijke feiten zeggen iets anders dan de angstscenario’s op internet doen vermoeden. Daarom mythe één: Zoetstoffen zijn onveilig en mythe twee: Van zoetstoffen word je dik.

Het gros van de mensen die reageren op Facebook is het niet met Fred Brouns eens. Veel mensen zijn geneigd eerder de andere berichten op het internet te vertrouwen. Het onbegrip en de verdeeldheid blijft. Het blijft een discussie die gaat over ratio en gevoel.

Het draait om vertrouwen, open communicatie door experts en naar elkaar willen luisteren

Waarom zijn de muren zo hoog?

Gedurende de periode waarin we het onderwerp zoetstoffen bespreken, blijven de tegenstellingen en geharde meningen een constructieve discussie in de weg staan. In het vraagstuk gingen Sandra Sever, Scato van Opstall en Liesbeth Oerlemans de uitdaging aan een antwoord te geven op de vraag ‘hoe heb je een goed gesprek over zoetstoffen als de meningen op voorhand al lijken vastgepind?’ Het doel was niet om meningen te veranderen. Het doel was om inzicht te krijgen in hoe het komt dat de kwestie zo gevoelig ligt. Het doel was bovendien om erachter te komen hoe we in de toekomst het gesprek kunnen voeren. Ze benoemen de pijlers waar deze hele discussie op lijkt te rusten: vertrouwen, open communiceren door experts en naar elkaar willen luisteren. Sandra benoemd als consument het vertrouwen dat zij in de wetenschap en de industrie is verloren. Scato zegt dat de oplossing bij EFSA gevonden moet worden. Zodra zij een open beleid voeren, zullen consumenten meer vertrouwen krijgen. Als laatste roept Liesbeth mensen op meer naar elkaar te luisteren: “Iedereen wil graag gehoord worden en zich gerespecteerd voelen. Dat geeft energie.”

Het gesprek