Hoe de voedselveiligheid in Nederland is geregeld

2172 keer bekeken

 reacties

Veilig voedsel betekent dat het product te consumeren is zonder dat je er op de op de korte of de lange termijn ziek van wordt. Ons gevoel over hoe de voedselveiligheid geregeld is, is van grote invloed op ons algemeen oordeel over de levensmiddelenindustrie en de producten die zij maakt. Wat weten we over de borging van de voedselveiligheid in Nederland? Welke schakels zitten er in de voedselketen? Welke regels worden gehanteerd en bij wie liggen de verantwoordelijkheden?

Wie bepaalt de regels voor voedselveiligheid?

Voor alle landen in de Europese Unie gelden dezelfde regels voor voedselveiligheid. Deze regels zijn vastgelegd in de Algemene Levensmiddelen Verordening (ALV) en deze verordening kijkt naar de hele productieketen. De Rijksoverheid heeft de ALV vertaald naar de Nederlandse Warenwet, welke moet worden nageleefd door alle producenten, handelaren en horeca. Zo staat erin beschreven dat de producent primair verantwoordelijk is voor de veiligheid van z’n producten. Ook regelt de ALV dat producten traceerbaar moeten zijn. Dat wil zeggen dat een handelaar aan moet kunnen tonen waar hij het product vandaan heeft en aan wie hij het heeft afgeleverd.

Welke stoffen en in welke mate die kunnen worden gebruikt, wordt bepaald door de Europese Commissie en vastgelegd in wetgeving. Ook hier maakt Nederland zijn eigen vertaling van. De Europese Commissie bepaalt deze regels aan de hand van wetenschappelijke bevindingen van de EFSA (de European Food Safety Authority). De EFSA is een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat de Europese Commissie adviseert over risico’s voor voedselveiligheid en diergezondheid.

Waar liggen de verantwoordelijkheden binnen de keten?

De keten bestaat uit de primaire productie (zoals landbouw), verwerkings- en levensmiddelenindustrie, retail & horeca, en toeleveranciers (zoals leveranciers van grondstoffen, machines en verpakkingen). Iedere schakel in de keten heeft de verantwoordelijkheid over de voedselveiligheid binnen zijn eigen schakel. Dit betekent dat hij moet kijken naar welke risico’s er voor hem zijn en wat hiervoor de beheersmaatregelen zijn. Iedere schakel heeft namelijk zijn eigen risicovlakken: bij de landbouw zijn er risico’s bij de slacht of oogst, bij de industrie juist tijdens de verwerking van producten. Ook bij opslag, transport en distributie van goederen zijn er risicofactoren, evenals bij de horeca en retail, waar door verkeerde bereiding of door verkeerd bewaren de voedselveiligheid in het geding kan komen. Elk product heeft andere risico’s, en dus heeft elke schakel een eigen kwaliteitssysteem voor het borgen van voedselveiligheid.

Rol van de de NVWA

De diverse schakels in de keten zijn verantwoordelijk voor de productie en verkoop van veilige en betrouwbare voedingsmiddelen. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt hier namens de overheid toezicht op. Binnen elke schakel inspecteert de NVWA de bedrijven en ook hun producten. Tijdens deze inspectie wordt gekeken of producten ziekteverwekkers, verontreinigingen of kankerverwekkende stoffen bevatten. Ook wordt erop gelet of de voorschriften voor etikettering en traceerbaarheid worden gehandhaafd.

Daarnaast controleert de NVWA of bedrijven hun eigen kwaliteitssystemen naleven, de systemen binnen het bedrijf die de veiligheid van voedsel moeten waarborgen. Als de NVWA een kwaliteitssysteem goedkeurt, kunnen bedrijven zaken doen met betrouwbare leveranciers. Ook kan het toezicht worden aangepast als, op basis van risicoanalyses, de NVWA besluit om bepaalde bedrijven meer of minder te inspecteren.

Wat zijn de mogelijke risico's voor voedselveiligheid?

Veilig voedsel betekent dat het product te consumeren is zonder dat je er op de op de korte of de lange termijn ziek van wordt. De belangrijkste risico’s waarvoor systemen worden ingericht zijn: chemische stoffen, ziekmakers (zoals bacteriën, virussen en schimmels), allergenen en productvreemde materialen.

 

Alle Nederlandse bedrijven die levensmiddelen produceren, zijn verplicht om een voedselveiligheidsplan op te stellen. Met een voedselveiligheidsplan brengt een bedrijf in kaart wat er mis kan gaan bij het omgaan met voedsel en wat er gedaan kan worden om dit te voorkomen. Het kan dan gaan om de persoonlijke hygiëne van medewerkers, de hygiëne tijdens het vervoer van grondstoffen, de maatregelen tijdens de behandeling en verwerking, de verpakking van producten en tot slot de opslag van producten.

Het verschil tussen risico en gevaar

Er wordt vaak onderscheid gemaakt tussen risico en gevaar. Zo kan een stof gevaarlijk zijn zonder dat het een risico vormt. Kijk bijvoorbeeld naar de stof nitraat die in ons voedsel kan zitten. Deze stof kan gevaarlijk zijn omdat ons lichaam nitraat kan omzetten in kankerverwekkende stoffen. Maar gelukkig krijgen wij in het gewone leven niet genoeg nitraat binnen, waardoor het geen risico vormt. Andersom kan het natuurlijk ook. Water is bijvoorbeeld helemaal niet gevaarlijk, maar als mensen er teveel van drinken, kan het wel degelijk een risico vormen. Het Voedingscentrum gebruikt daarom de volgende formule om onderscheid te maken tussen risico en gevaar:


Risico = Gevaar x Blootstelling (hoeveel je ermee in aanraking komt)


Reacties op social media