Verspilling en de waarde van ons voedsel
Toine Timmermans

Toine Timmermans

Programmamanager duurzame voedselketens, Wageningen University & Research

405 keer bekeken

 reacties

Voedselverspilling kent vele oorzaken en verschijningsvormen, maar het is met name de THT-datum waar nu kritisch naar wordt gekeken. In deel één vertelde Toine Timmermans welke afspraken er al zijn gemaakt tussen bedrijven onderling om het beleid van de THT-datum aan te passen. Wat hebben we nu nog nodig van de overheid? Timmermans meent dat het iets zegt over de manier waarop we ons voedselsysteem hebben ingericht, laten we daar vooral eens naar kijken.

Onze huidige omgang met de houdbaarheidsdatum is meer dan een directe oorzaak van verspilling, het is ook een symbool van onze huidige kennis van en ons gedrag rond voedsel. Bij THT-producten kunnen we als consument eigenlijk prima onze zintuigen vertrouwen en zouden we meer moeten kijken, ruiken en proeven. Praktijk wijst uit dat we dit te weinig doen. 

Bij THT-producten kunnen we als consument eigenlijk prima onze zintuigen vertrouwen

We hebben meer kennis nodig

De wetgeving is in elk geval duidelijk: bedrijven zijn verantwoordelijk voor het bepalen van de houdbaarheidsdatum die wordt gehanteerd en welke houdbaarheidsdatum op een product komt te staan. Een supermarkt mag vervolgens de producten in de schappen die nog prima van kwaliteit zijn, van een langere datum voorzien. Er is geen supermarkt die dat ook daadwerkelijk doet. Ze moeten dan de aansprakelijkheid overnemen. Ook is het gemakkelijker om het niet te doen, bovendien ontbreekt er product- en kwaliteitskennis bij de medewerkers die de vakken bijvullen.

Het betekent niet dat alles wordt verspild. Een deel van de THT-producten met korte datum wordt uitgedeeld bij voedselbanken, of verkocht bij sociale supermarkten [red.: een winkel met gereduceerde prijzen voor mensen met een minimumloon of minder]. Ook via consumentenapps zoals Afgeprijsd, ResQ Club, GetChefs of Restoranto, worden producten tegen een lagere prijs alsnog verkocht. Initiatieven zoals InStock en De Verspillingsfabriek verkopen de producten die op datum zijn uit de supermarkten aan restaurants, of verwerken deze weer tot langer houdbare maaltijden. Het zijn niet de enige initiatieven, in het Topsector Agri&food programma ‘Houdbaarheid Begrepen’ worden door ondernemers en voorlopers uit het bedrijfsleven volop ideeën ontwikkeld en uitgetest.

Welk voedselsysteem willen we, politiek?

In de partijprogramma’s voor de aankomende verkiezingen wordt het belang van een transitie naar een circulaire economie door vrijwel alle grote partijen gedeeld en door VVD, CDA, SP, D66, GroenLinks, ChristenUnie, DENK en SGP expliciet genoemd als speerpunt. ChristenUnie en Partij voor de Dieren zeggen beide het beleid van houdbaarheidsdata te willen wijzigen. Daarnaast roept de ChristenUnie specifiek op tot het instellen van een Taskforce tegen voedselverspilling. Die Taskforce Circular Economy in Food is inmiddels een feit, en opgericht op initiatief vanuit bedrijfsleven, rijksoverheid, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties.

Voedselverspilling is in feite een indicator van de wijze waarop we ons voedselsysteem hebben ingericht

Symbolisch voor ons voedselsysteem

Voedselverspilling is een complex fenomeen, en in feite een indicator van de wijze waarop we ons voedselsysteem hebben ingericht. Zou de echte vraag niet moeten zijn welk voedselsysteem we willen, gericht op consumptie en productie van een verantwoord en duurzaam voedselsysteem, dat bijdraagt aan een goede kwaliteit van leven? Dit is wellicht een retorische vraag. Het vraagt focus en keuzes. Als de politiek het serieus neemt, en een beleid hanteert dat is gericht op voedsel dat verantwoord is, dan zal het bijdragen aan het terugdringen van zorgkosten en heeft landbouw een toekomst.

Dit is een collectief vraagstuk, waarin het logisch is dat juist hier de overheid het voortouw neemt

Houdbaarheid verbindt de hele keten

De primaire focus moet blijven op het voorkomen dat voedsel wordt verspild. We moeten het bedrijfsleven en de consument bewust maken van het probleem van voedselverspilling en hen mobiliseren het probleem te voorkomen én terug te dringen daar waar het onvermijdelijk lijkt. Ook het zo hoog mogelijk verwaarden van reststromen van voedsel is een belangrijk aandachtspunt. Dit is een collectief vraagstuk, waarin het logisch is dat juist hier de overheid het voortouw neemt vanuit het maatschappelijke belang. Er is volgens mij niets mis mee om houdbaarheid centraal te stellen als het symbool voor de kwaliteit en waarde van voedsel, verbindend in de hele keten: van zaadje tot karbonaadje.

Je kunt kinderen leren dat ze prima hun eigen zintuigen kunnen gebruiken.

We moeten dan ook durven investeren in een samenhangend pakket van acties, van educatie aan kinderen, tot innovatie en acties gericht op preventie van verspilling. Kinderen in de eerste jaren van de basisschool kun je de basisprincipes rond voedsel eigen maken, inclusief hoe je producten het beste kunt bewaren en wat de houdbaarheidsdata betekenen. Je kunt ze leren dat je prima je eigen zintuigen kunt gebruiken. Ervaringen in het Verenigd Koninkrijk laten zien dat dergelijke investering in een verbindend programma aantoonbaar maatschappelijke winst oplevert. Iedere pond die daar tussen 2007 en 2012 is geïnvesteerd door de overheid en het bedrijfsleven in een samenhangende campagne getiteld “Love Food, Hate Waste”, heeft geleid tot een waarde van 250 pond aan minder voedselverspilling door consumenten. De Taskforce Circular Economy in Food wil in Nederland graag de handschoen mee oppakken. Het motto: Beter Eten voor Iedereen.

Het gesprek