Zijn alarmbellen voor energiedrankjes terecht?
Fred Brouns

Fred Brouns

Emeritus hoogleraar Innovatie Gezonde Voeding, Universiteit Maastricht

1403 keer bekeken

 reacties

Fred Brouns kent de feiten over energiedrankjes. Hij weet dat het drinken van een energiedrankje onschuldig is, maar ook dat overmatig gebruik – met name door jonge kinderen – tot ongewenste effecten kan leiden. Daarom stelt hij: “Er moet een verbod komen op de verkoop van energiedrankjes aan kinderen”.

De discussies over de veiligheid van energiedrankjes speelt al meerdere jaren in verschillende landen. Steeds weer resulteerden deze discussies in de conclusie dat het niet kan worden uitgesloten dat er door consumptie negatieve bijwerkingen kunnen optreden. Maar ook dat het niet aangetoond is dat gemelde gezondheidsklachten daadwerkelijk door de consumptie van “het drankje” zelf komen.

Desalniettemin observeren artsen dat tieners zich melden op de eerste hulp van ziekenhuizen na consumptie van energiedrankjes en alcohol, en mogelijk ook drugs. De klachten die daarbij gerapporteerd worden zijn misselijkheid, braken, hartkloppingen, onrust en paniek. Door het gebrek aan goede medische gegevens kan er echter uitsluitend van “samenhang” worden gesproken en niet van causaliteit. Hier kan verandering in komen wanneer artsen beter registreren wat het consumptiegedrag op de desbetreffende dag of avond was en tevens wat de cafeïne-, alcohol- en taurinewaarden in het bloed waren bij het melden op de eerste hulp. “Meten doet weten” is een noodzaak om geloof van feiten te kunnen onderscheiden. Hier ligt dan ook een belangrijke taak voor de eerstehulpposten.

Wat is er zo slecht aan de energiedrankjes?

Een van de eerste redenen die zullen worden genoemd op de vraag waarom energiedrankjes slecht voor je zijn, is de grote hoeveelheid cafeïne die erin zit. Enige relativering is op dit punt op zijn plaats. De hoeveelheid cafeïne die iemand met energiedrank binnenkrijgt is namelijk niet hoger dan na het drinken van een kop koffie. Ter vergelijking: een energiedrank bevat 320 mg cafeïne per liter en koffie of espresso 700 tot 1800 mg/liter. Dat levert met het drinken van een blikje energie drank of een kop koffie ongeveer evenveel cafeïne, namelijk 80 milligram.

Cafeïne!

Cafeïne is in feite een drug met een hele reeks van effecten. De stof zit in koffie, thee, chocolade en veel andere levensmiddelen en wordt dagelijks door veel mensen geconsumeerd. Om deze reden valt cafeïne niet onder strikte gebruiksregels en is als zodanig ook van de dopinglijst in de topsport verdwenen. Desalniettemin veroorzaakt cafeïne bij grote inname een reeks van effecten die reden tot zorg zijn.

Effecten van cafeïne

Ontwatering: er wordt vaak gesteld dat cafeïne ‘je doet uitdrogen’, omdat het leidt tot diurese [red.: vorming van urine door de nieren]. Vooral tijdens het sporten waarbij ook veel gezweet wordt, zou dit gevaarlijk kunnen zijn. Echter, een reeks van studies toonde geen effecten na de consumptie van cafeïnehoudende dranken tijdens en na inspanning. In een overzichtsstudie (Ruxton 2008), waarin de data van 41 humane studies werden geanalyseerd, concludeerden de auteurs dat cafeïne-inname tot 400 milligram in rust (wat overeen komt met meer dan één liter energiedrank) niet tot ontwatering (dehydratie) van het lichaam leidt en dat dit ook tijdens lichamelijke inspanning niet het geval is. De onderzoeken laten zien dat zelfs bij inname van een grotere hoeveelheid cafeïnehoudende drank de ingenomen hoeveelheid vocht altijd groter is dan de kort daarna uitgescheiden hoeveelheid urine. Dus in plaats van ontwatering is een tijdelijke toename van het watergehalte in het lichaam het gevolg.

Hyperactiviteit: bij een inname van meer dan 3 milligram cafeïne per kilo lichaamsgewicht kunnen bijwerkingen optreden zoals verhoogde hartslag, hyperactiviteit, slecht slapen. Hetzelfde niveau geldt ook voor jongeren, maar wordt door een lager lichaamsgewicht véél sneller bereikt. Zo zal een kind van tien jaar met een lichaamsgewicht van 32 kilo na het drinken van slechts één kop koffie of één blikje energiedrank (leveren beide 80 mg cafeïne) al aan deze grens zitten. Het drinken van koffie of energiedrankjes door kinderen en tieners is daarom zeer ongewenst. Het feit dat energiedranken net als roken “een stoer karakter hebben” en daardoor door tieners en ook jonge kinderen aantrekkelijk gevonden worden, vraagt om een passende regelgeving die tot op heden is uitgebleven.

Waarom nog geen verbod?

Simpelweg omdat onderzoeken op dit moment óf geen aanleiding geven voor aangescherpte regelgeving of omdat diepgravend onderzoek nog niet is uitgevoerd. De observatie door EFSA dat de inname van cafeïne met energiedrank door kinderen in de leeftijd van drie tot tien jaar slechts 43% van hun totale cafeïne-inname betreft (de rest is met andere levensmiddelen), draagt ook niet bij aan het noodzakelijk opstellen van een verbodsregeling voor alleen energiedrankjes. Dan zou immers ook de cafeïne houdende chocolade, cola etc. moeten worden verboden. Het bleek dat ongeveer 18% van de onderzochte drie- tot tienjarigen in een studie van EFSA met consumenteninterviews (2013) energiedrankjes consumeren, waarvan 16% regelmatig met een gemiddelde consumptie van 0.95 liter per week. Voor deze kinderen is dat ongewenst veel. Geen verkoop aan jonge kinderen, ook in school- en sportkantines, is dus dringend gewenst.

Geen verkoop aan jonge kinderen, ook in school- en sportkantines, is dus dringend gewenst.

Risico’s door andere stoffen?

Vaak wordt gesuggereerd dat andere componenten in energiedrank, zoals taurine, inositol en glucuronolacton, schadelijk zijn voor onze gezondheid. Wat zijn de feiten?

Taurine: in een overzichtsartikel van Shao en Hathcock (2008) wordt gesteld dat de afwezigheid van een vast patroon van ongewenste bijwerkingen na de inname van taurine, het vaststellen van het gangbare No Observed Effect Level (NOEL) of een No Observed Adverse Effect Level (NOAEL) niet mogelijk maakt. Het bepalen van een aanvaardbare bovengrens voor inname is niet mogelijk. Daarom introduceerden deze onderzoekers een nieuw criterium: the Observed Safe Level (OSL), in het Nederlands “het waargenomen veiligheidsniveau”. Aan de hand van beschikbare klinische data stelden zij vervolgens dat een grens van 3 gram taurine/dag zeer veilig is, wat neerkomt op 3 blikjes oftewel 750 ml energie drank/dag.

Zij stellen verder dat er veel hogere doseringen zijn ingenomen zonder bijwerkingen. Zo werd in de studie van Durelli (1983) maar liefst 10 gram taurine per dag ingenomen gedurende een periode van 6 maanden zonder bijwerkingen.

De veiligheid van taurine-inname lijkt in dit opzicht dus geen probleem. Echter, de beschikbare gegevens van hogere doseringen over lange termijn zijn zo beperkt dat de bovenvermelde auteurs vasthouden aan een maximum van 3 gram per dag, omdat  kan worden aangenomen dat sommige jongeren meer dan drie blikjes energiedrank en dus meer dan 3 gram taurine per dag innemen is een gedegen onderzoek naar de veiligheid daarvan gewenst. Deze conclusie werd ook vermeld in de rapporten van de (voormalige) Scientific Committee for Food (CSF) van de Europese Unie en de Stimulant Drinks Committee in 2003. Tot op heden is een dergelijk onderzoek echter niet gedaan.

Bewijs van consumptiegeschiedenis

De drankenindustrie stelt zich op het punt dat er inmiddels miljarden consumptiemomenten van energiedrankjes zijn geweest zonder aantoonbaar causaal effect met betrekking tot de gezondheidsklachten van personen die op de eerste hulp belanden. Er zijn internationaal al meerdere rechtszaken geweest tegen de producenten en (voor zover mijn kennis rijkt) heeft nog nooit een rechter aan de hand van feiten en expertopinies het oordeel kunnen vellen dat het energiedrankje de oorzaak van het betreffende “gevolg” was.

Taurine, glucuronolacton en inositol hebben geen nut

Aan de energiedrankjes wordt taurine, glucuronolacton en inositol toegevoegd zonder dat er ooit een onderzoek is geweest dat aantoonde dat dit enig nut heeft voor de consument. Water (oplosmiddel, drink-medium), suiker (energieleverancier en zoetstof) en cafeïne (stimuleringsmiddel) hebben in die zin een duidelijke functie. Dat geldt echter niet voor de andere toevoegingen. De producenten weten dit al jaren en zijn er nooit in geslaagd om het nut van deze toevoegingen te onderbouwen met enig acceptabel bewijs. De vraag of het toevoegen van deze stoffen aan dranken alleen zou moeten worden toegelaten als er sprake is van een nuttige functionaliteit lijkt in dit kader relevant. Helaas is de wetgeving in dit opzicht gebrekkig. Een ‘nutteloze’ toevoeging veroorzaakt extra kosten voor de consument en zet die door niet aangetoonde claims zoals “dit drankje met deze stoffen geeft je vleugels” ook nog eens op het verkeerde been.

Gezond?

Op basis van de samenstelling kan zonder meer geconcludeerd worden dat energiedrankjes geen acceptabele voedingswaarde hebben en met betrekking tot de gezondheid geen enkel nut hebben!

De genoemde studies

  • Ruxton, CHS. British Nutrition Foundation in ‘ Nutrition Bulletin” 2008, 33, 15–25)
  • Andrew S, Hathcock JN. Risk assessment for the amino acids taurine, L-glutamine and L-arginine. Regulator Toxicologie and Farmacologie 2008;50:376–399.
  • Durelli L, Mutani R, Fassio F. The treatment of myotonia: evaluation of chronic oral taurine therapy. Neurology 1983; 33:599–603.
  • EFSA- European Commission; Scientific Committee on Food. Opinion on additional information on energy drinks.
  • The EFSA Journal (2009) 935, 3-31 SCIENTIFIC OPINION : The use of taurine and D-glucurono-γ-lactone as constituents of the so-called “energy” drinks
  • EFSA energy drinks report 2013. https://www.efsa.europa.eu/en/press/news/130306

Het gesprek