Lang Leve de Industrie tijdens Wereldvoedseldag: innoveren naar vraag of naar gezondheidsbelang?

764 keer bekeken

 reacties

Op Wereldvoedseldag gaan Rosanne Hertzberger, Vera Bachrach, Marian Geluk en Karin Luiten met elkaar in gesprek over de grens tussen industrie en ambacht. Hierbij is er ook ruimte om het gesprek aan te gaan over het gebruik van E-nummers.

“Volgens filosoof Maarten Doorman zijn we de romantiek nog niet ontsnapt. Dat zie je nergens zo duidelijk als bij voedsel. Je ziet dit terug in grootmoeders pannenkoeken en Echte boter.” Moderator van de talkshow Janno Lanjouw begrijpt dan ook dat het beeld dat de consument tegenwoordig heeft van wat goed voedsel is niet strookt met het toevoegen van E-nummers. “Mensen zijn bang voor codes omdat het iets dystopisch heeft.”

In aanloop naar de talkshow Lang Leve de Industrie legden wij de sprekers drie stellingen voor. Voor het artikel van vandaag geven ze antwoord op de volgende keuze.

Als de consument geen E-nummers wil, dan moet de industrie ze uit producten halen.

of

De industrie moet meer investeren in innovatie en daarmee echt gezondere producten (met minder suiker en zout) realiseren.

Wil je ook aanwezig zijn bij de talkshow Lang Leve de Industrie tijdens Wereldvoedseldag? Bestel dan hier je ticket.


Lees hier de antwoorden van de sprekers op de eerste stelling over ambachtelijk versus industrieel terug.

Karin Luiten

Culinair journalist en kookboekenschrijfster

Producten ‘zonder E-nummers’ is klinkklare nonsens (zuurstof heeft ook een E-nummer, weet je nog?). De consument heeft een klok horen luiden, maar geen idee waar de klepel hangt. Met als gevolg dat producenten allerlei ondoorzichtige manoeuvres uithalen om dingen anders te benoemen (clean labelling) waarmee de consument alleen maar verder van huis raakt.

Karin Luiten
Lees verder

We schieten niks op met gistextract in plaats van smaakversterker E-621. Dit gezegd hebbende verwacht ik eerlijk gezegd ook niet veel heil van de andere stelling. ‘Gezondere producten met minder suiker en zout’ zijn voor de industrie heel moeilijk, zo niet onmogelijk, te realiseren op zulke grootschalige manier. 

Foto credit: Harold Pereira

Wat vind jij van het perspectief van Karin Luiten?

Vera Bachrach

Kunstenaar en mede-oprichter van Coco Conserven

Ik zie om me heen dat de industrie steeds vaker producten op de markt brengt zonder kunstmatige toevoegingen. Volgens mij is dat niet uit eigen beweging maar in reactie op een groeiende vraag daarnaar uit de markt.

Vera Bachrach
Lees verder

We leven in een wereld van vraag en aanbod en zolang het publieke sentiment zich tegen E-nummers verzet zal de markt daarop reageren door producten met minder E-nummers te ontwikkelen. Ik zou het fantastisch vinden als de industrie zich niet eenzijdig laat leiden door die economische moraal maar ook haar maatschappelijke geweten en expertise naar voren schuift, uitlegt waarom ze doen wat ze doen en daarmee zelf een vraag creëren. 

Vanuit dat perspectief moet de industrie de leiding nemen in de ontwikkeling van producten met minder suiker, zout en vet maar vooral ook in verduurzaming van productie en producten. Want dat vind ik nog belangrijker dan die hyperfocus op gezondheid die ondertussen religieuze vormen aanneemt…

Ons voedsellandschap is zo rijk en overvloedig. Het is nu ook prima mogelijk om daaruit een gezond en gelukzalig dieet samen te stellen. Daarin kunnen wat mij betreft een vette hap of een mierzoet tussendoortje niet ontbreken!

Foto credit: Met Muur

Wat vind jij van het perspectief van Vera Bachrach?

Rosanne Hertzberger

Schrijver, columnist en microbioloog

Ik ga voor 70 procent voor de tweede stelling, maar ik zie ook wel wat in dat eerste. Laten we eerlijk zijn, de industrie moet gewoon geld verdienen. Als de consument iets niet wil, dan moeten ze dat gewoon veranderen. Alleen, de consument moet het niet niet-willen, de consument moet het wél willen.

Rosanne Hertzberger
Lees verder

De consument moet beter voedsel willen. Het probleem is dat de consument tegengestelde eisen stelt aan de voedingsmiddelenindustrie: aan de ene kant moet voedsel veiliger, goedkoper, kwalitatief hoogstaander en het moet met minder suiker, vet en zout. Voedsel moet ook langer houdbaar zijn of in ieder geval – ook al wordt het door de consument niet zo gezegd – niet snel beschimmelen. Daarnaast willen consument bijvoorbeeld ook minder vlees eten, dus dan moeten er vleesvervangers gemaakt worden. Voor al die dingen geldt dat het lastig is om ze te maken als je geen E-nummers kan gebruiken. Of stoffen die helaas toevallig een E-nummer hebben gekregen. Een zoutreductie zonder glutamaat (E-621) te gebruiken is lastig; als je een beetje E-621 in een product doet kan je zo 30% zout eruit halen. De consument wil geen glutamaat meer en dus kan dat niet meer. Dat is een hele vervelende situatie voor de industrie en wat mij betreft ook een hele irrationele situatie. 

Aan de andere kant, als je oude recepturen gewoon kritisch blijft bekijken, kan het zo zijn dat je tot de conclusie komt dat E-nummers er gewoon uit kunnen. Dan lijkt me dat ook common sense om te doen. Waar ik me zorgen om maak is als je E-nummers eruit haalt die weldegelijk een belangrijke functie hebben, zoals conserveermiddelen, zoetstoffen, texturizers en smaakversterkers. 

Wat vind jij van het perspectief van Rosanne Hertzberger?

Marian Geluk

Directeur Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI)

Een deel van de industrie haalt inderdaad E-nummers uit haar producten. De marktvraag is hierbij inderdaad de drijfveer. Het wrange hierbij is hoe is deze marktvraag ontstaan. De industrie, die veel heeft geïnvesteerd in de ontwikkeling van functionele ingrediënten – die een E-nummer krijgen – zelf mede de marktvraag heeft gecreëerd voor E-nummer vrij. Het is zelfs zo dat er ingrediënten bedrijven zijn die én ‘clean label oplossingen ’vermarkten én functionele ingrediënten (met E-nummers) vermarkten. Voor beide is plek.

Marian Geluk
Lees verder

Zelf heb ik moeite met de marktvraag voor e-nummer vrij. De meeste ingrediënten zijn stoffen die in de natuur voorkomen, en die sowieso al in producten zitten. De ‘clean label’ oplossingen zijn vaak dezelfde ingrediënten, maar nu uit een extract, waardoor de wettelijke plicht om het nummer te voeren verdwijnt. De stof zit er nog steeds in en dat is ook prima. De transparantie over de inhoud is echter niet toegenomen, en dat is wat veel consumenten belangrijk vinden. Kortom een ontwikkeling die niet echt iets oplost.

Er werd en wordt geïnvesteerd in de vervanging van zout, suiker en vet, en hier is al veel in bereikt. En we zijn nog niet klaar. Sommige fabrikanten lopen voor op anderen. Het is bovendien een hele kunst om suiker, zout of vet te vervangen voor een verantwoord alternatief met behoud van smaak en structuur. Soms helpen functionele ingrediënten met e-nummers daarbij. Ik zal daar zaterdag een paar voorbeelden van geven.

Wat vind jij van het perspectief van Marian Geluk?