3 vuistregels voor een lagere CO2-foodafdruk

770 keer bekeken

Maak jij keuzes in wat je eet op basis van duurzaamheid? Zo niet, dan zou je daar mee kunnen beginnen als je deze vuistregels gebruikt.

Het produceren van voedsel kost 10 keer zo veel energie als dat het oplevert, stelt het Voedingscentrum. Klimaatvriendelijke voedselconsumptie is dan ook een van de pijlers in het klimaatakkoord. De focus hierbij ligt op de halvering van voedselverspilling bij de consument in 2030 en een verschuiving in de verhouding dierlijk – plantaardig eiwit in het dieet. ‘Niet alleen voedselproductie, maar ook onze voedselkeuzes zijn van invloed op de totale milieu-impact van voeding’, stellen onderzoekers. Gedragsverandering bij burger en consument is wat gevraagd wordt. Makkelijker gezegd dan gedaan, want oude gewoontes zijn behoorlijk moeilijk af te leren. 

"Wat ik doe maakt toch niet uit..."

Dat is de gedachte van veel mensen als het gaat om hun individuele handelen en het effect dat het heeft. Volgens cijfers van Milieu Centraal wordt een kwart van de totale CO2-uitstoot veroorzaakt door voeding. De voedselproductie heeft een energie-intensieve keten, die begint bij de landbouw, en via verwerking, opslag, transport, retail/catering eindigt bij de consument. Die keten tot aan de consument veroorzaakt driekwart van de uitstoot. Als consument heb je dus nog behoorlijk wat invloed (een kwart van het totaal) op de hoeveelheid CO2-uitstoot. Die invloed kan je uitoefenen door te letten op hoe je je voedsel inkoopt, bewaart, bereidt en weggooit. Per huishouden (van gemiddeld 2,2 personen) komt de jaarlijkse CO2-uitstoot veroorzaakt door voeding neer op gemiddeld 5.600 kilogram, wat volgens cijfers van Milieu Centraal een kwart is van de totale uitstoot per huishouden. 

Wil je overstappen op een duurzamer voedselpatroon waarmee je je CO2-uitstoot wil terugschroeven, hanteer dan de volgende drie vuistregels:

  1. Eet minder dierlijk en meer plantaardig voedsel
  2. Eet meer lokaal geproduceerd voedsel
  3. Reduceer voedselverspilling

 (Bron: Van Est, Blom & Peters, 2017)

1. Eet minder dierlijk en meer plantaardig voedsel

Het meeste energiegebruik vindt plaats in de landbouwfase, de helft daarvan is voor de dierlijke productie, van de productie van veevoer tot het gebruik van kunstmest. Meer dan 50% van de CO2-uitstoot door voeding (de helft van die 5.600 kilogram dus) komt door de productie van voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Met stip op één staat hierbij de productie van vlees en vis (1.800 kilogram) als meest vervuilend, gevolgd door zuivel en eieren (1.100 kilogram). Ter vergelijking, de productie van groente en fruit heeft een CO2-uitstoot van 500 kilogram. Als we massaal overstappen op een veganistisch voedingspatroon zouden we dus een flinke winst moeten boeken. 

Door een dag per week geen vlees te eten, bespaar je al zo’n 7% op je aandeel aan het broeikaseffect

Zo makkelijk is dit in de praktijk echter niet uit te voeren, stellen onderzoekers. “De voedingsstoffen en calorieën afkomstig van dierlijke producten moeten bij het weglaten ervan namelijk gecompenseerd worden door andere voedingsmiddelen.” Denk aan groente, peulvruchten, noten en vleesvervangers op basis van bijvoorbeeld soja. Van die voedingsmiddelen heb je in verhouding tot dierlijke eiwitten meer nodig om dezelfde hoeveelheid voedingsstoffen binnen te krijgen. Die voedingsmiddelen hebben ieder ook een ecologische voetafdruk. Wil je dus echt bewuste impact maken, dan moet je gaan rekenen. Is de som van de alternatieve producten ook een lagere voetafdruk? 

Hoewel het eten van meer groente en fruit absoluut gezond is, levert het qua minderen van de milieudruk helaas ook niet per se winst op, stellen onderzoekers. Ook voor groente en fruit geldt dat ze relatief weinig voedingsstoffen leveren, waardoor je er veel van moet eten om je dagelijkse aanbevolen hoeveelheid binnen te krijgen. 

Van alle vleessoorten heeft kip de laagste milieubelasting. Rund geeft de meeste uitstoot

Waar doe je dan goed aan? “Een goede richtlijn zou zijn om minder dan de helft van je eiwitten uit dierlijke producten te halen en tachtig procent van je granen, oliën, groente en fruit uit de regio te halen, aangevuld met producten van elders’, adviseert Corné van Dooren, expert duurzaamheid bij het Voedingscentrum. Zo krijg je genoeg voedingsstoffen binnen én houdt je rekening met de impact die het heeft op het milieu. Door een dag per week geen vlees te eten, bespaar je al zo’n 7% op je aandeel aan het broeikaseffect. 

De hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij de productie van vlees en zuivel is afhankelijk van de omzetting van veevoer. Voedingscentrum: “Dus hoeveel kilo voer er nodig is om een kilo vlees te produceren. Dit loopt uiteen van 2 tot 10, afhankelijk van het soort dier en de omstandigheden. Milieu Centraal heeft geeft handige tips voor het kiezen van dierlijke eiwitten, bijvoorbeeld: “Van alle vleessoorten heeft kip de laagste milieubelasting. Rund geeft de meeste uitstoot. Kaas heeft daarentegen weer een klimaatimpact vergelijkbaar met rundergehakt en lamsgehakt” 

2. Eet meer lokaal geproduceerd voedsel

Hoe minder kilometers je voedsel aflegt, hoe duurzamer het is. Toch? Klinkt logisch en het is voor een groot deel ook waar. Minder kilometers betekent korter transport en dus minder uitstoot van broeikasgassen. Het maakt echter wel nog uit welk transportmiddel er gebruikt wordt. Een vliegtuig heeft per kilometer verreweg de grootste impact op het milieu, dan is per schip of vrachtwagen beter. 

De Alliantie Verduurzaming Voedsel stimuleert bedrijven om agrologistiek (vervoer, opslag en distributie in de gehele agroketen) duurzamer in te zetten. Zo kan het voor sommige bedrijven voordeliger zijn om van wegtransport over te stappen op transport over water. “Dat is niet alleen goedkoper, maar levert ook duurzaamheidsvoordelen op: minder energiegebruik en minder overlast op de wegen. Ook gaat de efficiëntie omhoog door het laadvolume en laadoppervlakte van schepen en vrachtwagens optimaal te benutten en alleen het hoogst noodzakelijke te vervoeren: geen aanhangende grond bij de aardappelen, bijvoorbeeld.” Wat betreft transport heb je ook als consument invloed door te kiezen om niet met de auto je boodschappen te doen, of bijvoorbeeld wekelijks in één keer alle boodschappen in te slaan.

Naast het transportmiddel, hangt de CO2-uitstoot ook af van de teeltmethode die is gebruikt

Eten uit de regio hoeft dus niet altijd minder energie te kosten. Naast het transportmiddel, hangt dit ook af van de teeltmethode die is gebruikt. Met name voor groente en fruit. Een handig hulpmiddel is de Groente- en Fruitkalender, die per kalendermaand laat zien wat de milieuscore voor een product is en hoe milieuvriendelijk deze is ten opzichte van andere groente- en fruitproducten. En dat levert soms verrassende vergelijkingen op: in oktober krijgen aardbeien uit Nederland een lagere score dan aardbeien uit Polen of Spanje, terwijl dit in juli andersom is. 

3. Reduceer voedselverspilling

6 tot 8 procent van de klimaatuitstoot is gekoppeld aan voedselverspilling. Minder voedselverspilling betekent minder hoeven te produceren en dat betekent minder druk op water, land en klimaat. Immers, er is minder voedsel nodig. Met het weggooien van voedsel verspil je dus niet alleen voedsel, maar ook alle energie en grondstof die nodig waren voor het maken van het product. De meeste verspilling wordt veroorzaakt door huishoudens (53%). De oorzaken hiervan zijn uiteenlopend: van te veel ingekocht en te lang bewaard tot te veel gekookt of een maaltijd die je niet lekker vindt. 

Met het weggooien van voedsel verspil je niet alleen voedsel, maar ook alle energie en grondstof die nodig waren voor het maken van het product

Door te letten op voedselverspilling, verminder je niet alleen je CO2-uitstoot, je bespaart ook nog eens geld. Er zijn veel methoden om voedselverspilling in eigen keuken te verminderen. Daarover schreven we eerder het artikel ‘9 tips tegen voedselverspilling’. Ook hielden lezers Karlijn van Mil en Odette Bruls voor Nederland Voedselland een voedselverspillingsdagboek bij en deelden ze met ons op welke manieren zij worden geconfronteerd met voedselverspilling in hun huishouden.