Bisfenol A (BPA): wat komt er uit de verpakking in ons eten terecht?

4518 keer bekeken

In 2014 werd in Frankrijk de stof bisfenol (BPA) verboden voor de toepassing in voedselverpakkingen zoals blikjes en plastic flessen in het kader van voedselveiligheid. Hoewel andere Europese lidstaten de stof nog steeds gebruiken binnen de wettelijk toegestane kaders, is de media-aandacht voor de vermeende risico’s van de stof de laatste tijd enorm toegenomen. Een storm in een glas water of een serieus risico voor de volksgezondheid? Nederland Voedselland stelde daarover vragen aan:

• Trudy Voortman, voedingswetenschapper Erasmus MC, gespecialiseerd in voeding voor zwangere vrouwen en jonge kinderen.
• Anton Rietveld, senior wetenschappelijk medewerker op het gebied van voedselveiligheid bij het RIVM.
• Peter Rijnhout van de Vereniging van de Nederlandse Groenten- en Fruitverwerkende Industrie (VIGEF).

Wat is bisfenol A (BPA) en waar wordt het voor gebruikt?

Trudy: ‘BPA is een chemische stof met veel toepassingen. Het wordt gebruikt in verpakkingen van voedingsmiddelen, maar ook bijvoorbeeld in medische apparatuur, speelgoed en cosmetica. Je kunt er harde plastics van maken, voor onder meer harde plastic flessen. En je kunt er epoxyharsen van maken, dit zijn coatings die gebruikt worden aan de binnenkant van blikken of dopjes van flessen.'

Toxicologen van het RIVM zijn van mening dat BPA veilig gebruikt kan worden

Hoe kwam deze stof onder de aandacht van de consument? Is deze aandacht terecht?

Anton: ‘Aanvankelijk doordat de media berichtten over het potentiele gevaar van BPA in voedselverpakkingen voor de volksgezondheid. Toxicologen van het RIVM die zich bezighouden met normstelling voor stoffen die in voeding terecht kunnen komen, zijn van mening dat BPA veilig gebruikt kan worden zolang er rekening gehouden wordt met de norm die is vastgesteld door de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA.’


Trudy: ‘De laatste jaren is er veel aandacht voor mogelijke risico’s van hormoon-verstorende stoffen in onze omgeving, zoals BPA. Het is een nuttige stof voor veel industriële toepassingen, maar je wilt het liever niet in je lichaam krijgen. In principe zit de stof vast in het plastic of in de coating van het blik, maar we weten inmiddels dat er toch hele kleine beetjes uit de verpakking in ons eten komen.’

Hoe werd er door de industrie op de berichtgeving over BPA gereageerd?

Peter: ‘Op het moment dat er alarmerende berichten naar buiten kwamen over de mogelijke gevaren van de stof was de levensmiddelenindustrie natuurlijk meteen alert. Hun voornaamste doel is om een veilig en gezond product te verkopen. Maar het is niet zo dat ze meteen op basis van enkel een vermoeden het roer omgooien en stoppen met het gebruik van BPA. Wetenschappelijk onderzoek bepaalt de veilige kaders waarbinnen de industrie met het middel kan werken. Tot nu toe zijn er geen gegevens bekend waaruit blijkt dat BPA als grondstof voor voedselverpakkingen volledig verboden moet worden.’

Maar de grondstof BPA kan dus uit de verpakking in het voedsel terecht komen?

Peter: ‘Ja, dat kan. We noemen dat migratie van de stof. Hoeveel er van een grondstof als BPA mag doordringen tot het voedsel is wetenschappelijk bepaald in de ‘normen voor migratie’. Dat geldt overigens niet alleen voor BPA, maar ook voor allerlei soorten metalen, plastics, inkt en minerale oliën. Die normen worden aan de veilige kant opgesteld en zijn in het geval van BPA in voedselverpakkingen recentelijk nog door het EFSA aangescherpt, met name ook voor kindervoeding.’

De grenswaarde voor mensen ligt ruim 2000 keer lager dan de hoeveelheid die schadelijk kan zijn voor muizen

Over welke risico’s voor de gezondheid hebben we het? Zijn er problematische gevallen bekend of is er onderzoek naar gedaan?

Trudy: ‘BPA is een hormoon-verstorende stof. Het lijkt een beetje op het hormoon oestrogeen en kan zich binden aan receptoren voor dit hormoon in ons lichaam. Hormonen zoals oestrogeen hebben effect op heel veel processen in ons lichaam. In theorie kan BPA dus heel veel verschillende processen verstoren. We weten uit dierproeven bijvoorbeeld dat de stof bij zeer hoge blootstelling [red.: bijv. bij mensen die werken met de stof] schadelijk kan zijn voor de vruchtbaarheid.’

Anton: ‘Bij een hoge dosis is schade aan de nieren het eerste effect dat je kunt verwachten. Uit onderzoeken op muizen weten we dat dit optreedt bij een dagelijkse dosering die hoger ligt dan 9 milligram per kilo lichaamsgewicht over een langere periode.’

Dat klinkt als serieuze gezondheidsrisico’s. Hoe groot zijn deze risico’s en hoe weten we dat?

Trudy: 'Deze extreme voorbeelden kennen we uit dierstudies met hoge doseringen. Problematische gevallen bij mensen komen alleen van studies naar mensen die voor hun werk veel blootgesteld zijn aan deze stof. Dat zijn hele andere hoeveelheden dan die we als consument binnenkrijgen. De blootstelling aan deze stof via voedsel ligt ver onder de norm. Er is dus geen reden om je als consument hierover zorgen te maken.’

Anton: 'De grenswaarde die voor mensen is vastgesteld ligt ruim 2000 keer lager dan de hoeveelheid die schadelijk kan zijn voor muizen. Deze marge wordt aangehouden om rekening te houden met de verschillen in gevoeligheid tussen muis en mens en tussen mensen onderling. Er wordt dus heel erg rekening gehouden met onzekere factoren.’

Het is goed dat we de normen constant blijven aanscherpen aan de laatste wetenschappelijke inzichten

Hoe veilig en betrouwbaar is de norm voor BPA?

Anton: 'Er is veel onderzoek gedaan naar de toxiciteit van BPA en naar de hoeveelheid BPA waaraan mensen worden blootgesteld. Daaruit blijkt dat op dit moment de blootstelling uit voeding voor alle leeftijdsgroepen onder de veilige grens ligt. Dat betekent dat er geen risico’s worden verwacht. De totale blootstelling door inname van voeding is maximaal enkele microgrammen per persoon per dag. Dat is tientallen keren lager dan de veilig geachte dosis die de ‘tolerable daily intake’ (TDI) wordt genoemd.’

Trudy: 'Er is de laatste jaren veel aandacht voor de norm [red.: het betreft hier de norm voor maximale blootstelling]. Die was al behoorlijk streng, maar nieuwe studies laten zien dat kwetsbare groepen zoals kleine en ongeboren kinderen mogelijk gevoeliger zijn voor BPA dan we eerder dachten. Bij hen kan het invloed hebben op de ontwikkeling van bijvoorbeeld het immuunsysteem. Dat weten we uit studies naar dieren die aan hoge hoeveelheden worden blootgesteld. Onze blootstelling is veel lager, maar het is wel goed dat we kritisch blijven kijken naar de normen en die constant blijven aanscherpen aan de laatste wetenschappelijke inzichten. Op basis van nieuw onderzoek zijn de Europese grenswaarden waarop de normen gebaseerd worden een paar jaar geleden al aangescherpt. Het RIVM heeft recent advies uitgebracht aan de EFSA om te kijken of die normen nog scherper moeten. De EFSA heeft dit verzoek beoordeeld en is tot de conclusie gekomen dat de nu geldende norm voldoende beschermend is. Vooral dus om kwetsbare groepen zoals zwangere vrouwen en jonge kinderen te beschermen.’

In Frankrijk is het middel sinds enige tijd verboden. Wordt het in Nederland nog wel gebruikt?

Peter: ‘Ik kan niet voor de hele industrie spreken, maar weet wel dat er veel veranderd is toen Frankrijk op eigen houtje BPA verbood. Dat was heel ongebruikelijk, aangezien we normaal gesproken bijna alle afspraken over voedselveiligheid Europees vastleggen. Producenten uit Nederland en andere landen die aan Franse bedrijven leveren werden door dit besluit bijna gedwongen om ook geen BPA meer te gebruiken. Het had dus een olievlekwerking. Veel producenten zijn overgestapt naar andere verpakkingsmaterialen, omdat ze helemaal niet in de negatieve hoek willen zitten met hun product. Ze nemen het zeker voor het onzekere, zelfs al staat Europese regelgeving een bepaalde mate van BPA in voedselverpakkingen toe.”

Trudy: ‘Het Franse verbod op het gebruik van BPA in voedselverpakkingen is misschien wat extreem, maar het is goed om kritisch te blijven. In andere Europese landen mag het wel gebruikt worden, maar er wordt flink onderzoek naar gedaan en veel landen proberen de blootstelling te verminderen. Ik denk wel dat het beter is als er op Europees niveau goede afspraken gemaakt blijven worden in plaats van dat individuele lidstaten dat zelf bepalen.’

Bij een gevarieerd voedingspatroon met voedingsmiddelen die nu op de markt zijn, blijft de blootstelling heel erg laag

Welke alternatieve middelen zijn er? Worden die in Nederland gebruikt en wat zijn daar de voor- en nadelen van? 

Anton: ‘Er zijn verschillende soorten ingrediënten die in plastics en coatings in plaats van BPA gebruikt kunnen worden, maar je kunt ook hele andere materialen als verpakkingsmateriaal gebruiken. Welke middelen er gebruikt worden hangt af van de gewenste producteigenschappen zoals: stevigheid, hittebestendigheid, zuurbestendigheid en de bewaartermijn. Per toepassing zoeken producenten de meest geschikte materialen.’

Peter: ‘Elke verpakking heeft zijn eigen sterkten en zwakten. In tegenstelling tot blik of karton heeft glas bijvoorbeeld bijna geen last van migrerende stoffen, maar glas is ook zwaarder en dus in transport minder duurzaam. Het kan breken en is doorzichtig, waardoor de inhoud van het product door licht kan worden aangetast en daarmee kwaliteit kan verliezen. Zo zitten er aan elke verpakking voor- en nadelen.’

Tot slot: wat moeten we als consument met deze kennis doen? 

Trudy: ‘Er is absoluut geen reden tot paniek, maar het is wel goed dat er in de wetenschap, wetgeving en industrie continue aandacht is voor de normen en het verlagen van de blootstelling waar mogelijk. Dat wordt dus ook veel gedaan, iedereen zit er bovenop. Als consument zou ik me er absoluut niet druk over maken, omdat de blootstelling onder de al strenge norm ligt. Zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en jonge kinderen zijn een speciale kwetsbare groep. Voor hen kan de norm misschien nog wat omlaag om het zekere voor het onzekere te nemen. Maar bij een gevarieerd voedingspatroon met voedingsmiddelen die nu op de markt zijn, blijft ook voor hen de blootstelling heel erg laag.’

Noot van de redactie:

We begrijpen dat er na het lezen van dit stuk nog wat vragen onbeantwoord blijven. Uit de antwoorden komt niet duidelijk naar voren of de discussie over het gebruik van bisfenol een storm in een glas water of echt een terechte discussie is omdat bisfenol een risico voor de voedselveiligheid vormt. De oude normen zijn onlangs aangescherpt, maar waren volgens de geïnterviewden daarvoor ook al niet gevaarlijk. Dat klinkt paradoxaal. Het lijkt erop dat het zekere voor het onzekere wordt genomen in dit geval. De redactie van Nederland Voedselland blijft de ontwikkelingen op het gebied van Bisfenol A en het gebruik ervan volgen. Heb je vragen? Stel ze ons in het reactieveld hieronder of via redactie@nederlandvoedselland.nl.

Het gesprek