Live in gesprek met... Sacha Visser en Thédor van der Vleuten

1359 keer bekeken

Hoe kan het allergenenmanagement binnen de industrie beter en waar heeft de allergische consument vandaag de dag behoefte aan? Deze vragen stonden centraal tijdens een Facebook live sessie met Sacha Visser, diëtist gespecialiseerd in voedselovergevoeligheid, en Thédor van der Vleuten, directeur van Dutch Spices. Wat hebben we geleerd?

Wat zijn allergenen?

Een allergeen is een stof die een allergische reactie kan veroorzaken, bijvoorbeeld melk, eiwit, vis, vlees, pinda’s en noten. Voor veel mensen zijn dit veilige stofjes, maar bij mensen met een overgevoeligheid ervaart het lichaam een stofje als niet veilig en zet het allerlei mechanismen in gang om ervoor te zorgen dat ze dat stofje niet binnenkrijgen.

Wat gebeurt er als je last hebt van een voedselallergie?

We kunnen voorop stellen: elke allergie is ernstig voor de persoon die het heeft. Hoe je lichaam reageert is voor iedereen met een overgevoeligheid anders, de ernst van de reactie is afhankelijk van de ernst van de allergie. Iemand met de meest ernstige allergie voor een bepaalde allergeen, kan in shock raken als hij een kleine hoeveelheid van het stofje binnenkrijgt. Mensen kunnen ook huidreacties krijgen, tinteling in de mond, benauwdheid, zwellingen; er zijn diverse reacties mogelijk en het is goed om dat te realiseren, want de angst voor een reactie kan iets versterken. Een diëtist wil daarom heel graag dat een arts inschat hoe erg de reactie is en objectief vastlegt. Op basis daarvan wordt het beleid van de diëtist afgestemd.

Je zou denken, de oplossing voor minder recalls op basis van foutieve etikettering is eenvoudig: zet gewoon op het etiket welke allergenen er in een product zitten. Waarom worden de etiketten niet aangepast?

Simpel gezegd: de wetgever vraagt er niet niet om. Er zijn richtlijnen over hoe een bedrijf zo duidelijk mogelijk etiketteert, allergenen die in het product verwerkt zijn staan bijvoorbeeld in de ingrediëntenlijst. Het heikele punt zit ‘m in de sporen van allergenen die je in een product kunt aantreffen (kruisbesmetting), daar zijn geen verplichte eisen voor gesteld en daarover wordt dan ook nog niet goed genoeg gecommuniceerd.

Dat is precies de reden waarom diverse partijen, waaronder Thédor van der Vleuten en Sacha Visser, pleiten voor de invoering van de hantering van de Vital norm, welke aangeeft hoeveel milligram allergeen iemand kan binnenkrijgen zonder dat een allergische reactie optreedt. Deze norm is bepaald voor 11 allergenen, voor gluteneiwit is daar in Europa zelfs al wetgeving voor; als je onder 20 milligram per kilogram binnenkrijgt, dan zit je binnen de veilige norm. Elk allergeen heeft een andere norm. Dat betekent dat als een fabrikant voedingsmiddelen produceert die onder deze norm zitten, iemand met een voedselallergie deze veilig kan eten.  

Allergeenvrij betekent dat er 0 gram van een allergeen aanwezig is, maar dat is nagenoeg onmogelijk

Betekent dat dat allergeenvrij eigenlijk niet bestaat?

In de volksmond zijn we glutenvrij en allergeenvrij gaan gebruiken om producten te beschrijven. Met gluten klopt dat, maar met allergeenvrij niet. Allergeenvrij betekent dat er 0 gram van een allergeen aanwezig is, maar dat is nagenoeg onmogelijk. Een fabrikant kan niet zonder sporen van allergenen voedingsmiddelen produceren, er zweeft te veel in de lucht en er vindt te veel kruisbesmetting plaats in de totale keten. Maar de Vital norm laat zien dat een allergische consument niet allergeenvrij hoeft te leven, in dat geval kunnen we beter spreken van allergeenveilige producten.

Bij wie ligt de taak hier een oplossing voor te vinden?

Volgens Van der Vleuten ligt allergenenmanagement echt bij de industrie en de keten, en die stopt niet bij de Nederlandse grenzen. Dat maakt het complex. Wat het voor de levensmiddelenindustrie lastig maakt, is dat het voorbij wetgeving gaat en het dus eigenlijk “extra” werk is. De gesprekken met allergische consumenten helpen om te begrijpen waarom er noodzaak tot verbetering is en waarom allergenenmanagement naar een hoger niveau getild moet worden.

De gesprekken met allergische consumenten helpen om te begrijpen waarom er noodzaak tot verbetering is

In Europa kennen we op dit moment 38 manieren van allergenencommunicatie op het etiket. Wat betreft de communicatie richting consument, daar probeert Van der Vleuten namens Dutch Spices alle partijen die hier iets over willen of kunnen zeggen en hier kennis over hebben, bij te mobiliseren. Denk aan de levensmiddelenindustrie, patiëntenorganisaties, allergologen, allergiediëtisten en het Voedingscentrum. Het gezamenlijk adopteren van de Vital norm speelt volgens zowel Van der Vleuten als Visser een essentiële rol in de oplossing van het probleem, namelijk een eenduidige manier van communiceren op het etiket.

Kijk hieronder de hele uitzending terug: 

Het gesprek