Voedselpoort: Klimaat op ons bord

1302 keer bekeken

Op de dag dat het gerechtshof Urgenda gelijk geeft in de zaak tegen de Staat (uitkomst: de Staat moet de burger beschermen tegen klimaatverandering) waren wij te gast bij een evenement voor een duurzame voedselketen. Bij Voedselpoort kwamen op dinsdag 9 oktober 2018 politiek, landbouw, levensmiddelenindustrie en retail bij elkaar om met elkaar het gesprek aan te gaan en uitdagingen en dilemma’s te bespreken. We vertellen de belangrijkste inzichten die we er opdeden.

• LTO over politieke interventie op het gebied van mestverwerking, eiwittransitie en weerbare planten
• Heineken over hoe de industrie zich kan ontfermen over een duurzamer transport van grondstoffen en goederen

De aanwezige politici – William Moorlag van de PvdA, Tjeerd de Groot van D66, en Laura Bromet van GroenLinks – nemen plaats aan tafel om te kunnen reageren op de sprekers die de brancheorganisaties LTO (landbouw), FNLI (levensmiddelenindustrie) en CBL (supermarkten) op deze middag hun verhaal laten vertellen.

William Moorlag (PvdA): “Klimaatneutraal moet de norm worden, Nederland is ook op andere gebieden strenger en toch concurrerend.” Tjeerd de Groot (D66): Misschien is duurzame productie soms duurder, maar met een goede bedrijfsstrategie hoeft de consument daar niets van te merken. Maak duurzaam goedkoper.” Laura Bromet (GroenLinks): “Niet kwaliteit moet duurder, maar producten met een hoge milieu-impact. Dan stimuleer je bij de consument de goede keuze.”

Impact van landbouw verlagen

Opvallend aan de bijeenkomst, georganiseerd door brancheorganisaties LTO, FNLI en CBL, was de oproep van LTO aan de politiek. Directeur Thijs Cuijpers riep op tot politieke interventie op drie vlakken: gezonde en weerbare planten, dierlijke mestverwerking en de eiwittransitie. Vaak staat huidige regelgeving in de weg van innovatieve verandering.

Zo kan er volgens Cuijpers meer uit dierlijke mest gehaald worden. Hij ziet een belangrijke stap in het zo veel mogelijk vervangen van kunstmest. “Waar we tegenaan lopen is dat mineralenconcentraten die voortkomen uit de verwerking van mest, niet gebruikt kunnen worden voor kunstmest, we lopen tegen Europese regelgeving aan, al jarenlang.”

Ook zou hij graag meer aandacht van de overheid voor de eiwittransitie zien. In het westen eten we minder vlees en meer plantaardige eiwitten, in delen van de wereld waar men rijker wordt, wordt juist meer vlees gegeten. Daarmee stijgt de vraag om vlees. “Nergens is de carbon footprint van vleesproducten zo laag als in Nederland. Het verplaatsen van dierlijke productie van Nederland [red.: om in Nederland de CO2-uitstoot te verminderen] naar andere delen van de wereld heeft weinig effect. Daar moet de politiek wat aan doen.”

Meer plantaardige eiwitten verbouwen

Cuijpers geeft aan dat we in Nederland en Europa voor 65% afhankelijk zijn van het importeren van plantaardige eiwitten, té afhankelijk volgens hem. Hoe zorgen we ervoor dat we in Europa meer plantaardige eiwitten, cq peulvruchten gaan produceren?” is dan ook de vraag. “We zitten in het begin van de discussie, maar dat lijkt me in het kader van het klimaat een goede uitdaging.”
Uit de zaal komt de opmerking dat als we minder vlees produceren er genoeg land is om gewassen voor eigen consumptie te kweken. Daarmee is volgens Cuijpers nog niet het probleem van de toenemende vraag naar vlees opgelost, waarvoor idealiter de productie zo duurzaam mogelijk moet worden gedaan. 

Op dit moment ligt voor Cuijpers echter de prioriteit bij de ontwikkeling van weerbare planten. Hiervoor is het Plant gezondheidsplan opgesteld. LTO geeft op haar site aan dat dit ervoor zal zorgen dat: “in 2030 natuur en land- en tuinbouw beter met elkaar verbonden zijn, geen emissies meer mogen plaats vinden naar het milieu en er geen residuen op planten mogen achterblijven. Nederlandse boeren en tuinders kunnen zo een sterkere marktpositie verwerven met een duurzaam geteeld product. […] 'Weerbare planten' vervullen een spilfunctie in een aantal grote maatschappelijke opgaven, zoals herstel van de biodiversiteit en (klimaat)robuuste voedselproductie. Joris Baecke, LTO-bestuurder met portefeuillehouder Gezonde planten: ‘Een weerbaar gewas kan tegen een stootje en is bestand tegen bijvoorbeeld schommelingen in weersomstandigheden en ziekte- en plaagdruk. De noodzaak tot ingrijpen wordt daarmee tot een minimum beperkt.’” Er is 60 miljoen nodig om het Plant gezondheidsplan uit te kunnen voeren.

Weerbare planten vervullen een spilfunctie in een aantal grote maatschappelijke opgaven

Heineken zet in op duurzaam transport

De landbouw kan zich dus inspannen voor duurzaam verbouwen van grondstoffen. De levensmiddelenindustrie heeft, naast de inkoop en het gebruik van die grondstoffen, ook te maken met de productie van verpakkingen én het transport waarmee grondstoffen en producten worden vervoerd, zo vertelt Hayte de Jong van Heineken tijdens Voedselpoort. Heineken maakt gebruik van elektrische binnenvaartschepen van Alphen naar de Haven van Rotterdam. De Jong heeft een duidelijke oproep aan de politiek: “Creëer een gelijk speelveld, we moeten fossiele brandstoffen verslaan.” Zo worden er nu geen accijns geheven op diesel van reguliere binnenvaartschepen, maar wel belasting over elektriciteit. “We hebben kennis, maar vooral ook morele steun nodig van de overheid”, geeft De Jong aan. "We willen weten waar we aan toe zijn. Maak beleid niet voor vier jaar, maar houd het even vol.”

Supermarkt kan duurzame keuze stimuleren

Vanuit CBL, de brancheorganisaties van de supermarkten in Nederland, kwam Niek Leussink aan het woord. Leussink is samen met zijn broer Tijn Jumbo-multifranchiser. Ook heeft hij meerdere Gall & Galls en een Etos onder zijn hoede. Leussink vertelde het verhaal van één van zijn Jumbo's die hij duurzaam heeft weten te verbouwen, met zonnepanelen op het dak. Zijn oproep aan de politieke tafel: Maak het makkelijker voor ondernemers, zodat ze aan hun panden duurzame aanpassingen kunnen doen.

Leussink begon zijn verhaal met de woorden dat de consument op één staat, aanbod in de supermarkt wordt afgestemd op de vraag van de consument. De Groot gaat hierop in: "Je zegt we verkopen wat de consument wil, maar je zou ook kunnen verleiden tot betere en duurzame keuzes. De smartphone hebben we ook nooit om gevraagd en nu heeft iedereen 'm op zak." 

"Het stimuleren van de aankoop van duurzame producten is complex, het is iets wat met de hele branche gedaan moet worden", reageert Leussink. De Groot moedigt Leussink aan om duurzame producten juist goedkoper in het schap te leggen. "De inkoop is misschien duurder, maar met een langetermijnbeleid is dat op te vangen. De consument hoeft er dan niets van te merken en duurzame producten kunnen dan juist goedkoper in het schap liggen."

Langdurig beleid

De politici onderschreven het belang van een beleid voor de lange termijn. Moorlag pleitte specifiek voor een langdurige agenda in de vorm van een landbouw- natuur- en voedselakkoord. De Groot maakte duidelijk dat het nu tijd is om te gaan ‘timmeren’: niet langer polderen is zijn devies, maar nu aan de slag gaan.

Iets waar in een één-urige bijeenkomst verder geen tijd voor was, maar de conclusie was duidelijk. Er is een gemeenschappelijk doel van minder CO2-uitstoot en een duurzamere voedselproductie. De weg ernaartoe zou er volgens de sprekers één moeten zijn met een langetermijnvisie, zodat een veranderend beleid geen roet in het eten gooit.

In 2050 is er de uitdaging om 9 miljard mensen te voeden, die welvarender zijn en dus meer consumeren. Hiervoor moet twee keer zo veel worden geproduceerd dan nu én dit moet op een milieubewuste manier gebeuren. Het is een enorme uitdaging. Welke rol heeft Nederland hier volgens jou in? En wat zou jij willen bijdragen om het gesprek hierover, en vooral ook de acties die eruit voortvloeien te ondersteunen? Laat je reactie in het reactieveld hieronder achter.