Onverwacht superfood

Bij ‘superfoods’ denk je waarschijnlijk aan exotische gewassen met een ontzettend hoge voedingswaarde. Gojibessen, chiazaad en soja zie je vaak voorbij komen, vanwege de voedseltrends van nu. Maar wat je als innovatief en voedzaam voedsel ziet, verschilt van moment tot moment.

Het gebruik van de term ‘superfood’ kan teruggeleid worden tot 1949, maar als categorie en marketingterm zien we de opkomst van de voedsel superheld pas in de late jaren ’90. Het modern klinkende begrip duidt op voedsel dat niet voor de hand ligt, maar qua voedingswaarde onverwacht ‘super’ is. En vervolgens wordt het vaak dé nieuwe voedseltrend. Ook in het verleden zijn er voedseltrends geweest die innovatief en modern werden beschouwd. Maar we zouden ze tegenwoordig met moeite ‘superfoods’ noemen. Wie een kookboek van zijn of haar moeder of grootmoeder openslaat, kan nog eens verrast worden.

Salade in een drilpudding

Vanaf de jaren ’50 waaide er een voedseltrend over van Frankrijk naar Amerika, waarbij warme gerechten koud werden geserveerd. De toevoeging van gelatine aan bouillon zorgde voor een puddingachtig omhulsel voor hartige maaltijden. De kookboeken uit de jaren ’60 en ’70 omarmen deze trend volledig: van kubusvormige voorgerechtjes tot hele salades die in een geleilaag zweven. Zie in deze video de gelei-salades in actie:

Ze zien er misschien smerig uit, maar de gelatine-gerechten die we hier zien hebben niet de zoete smaken die we er tegenwoordig mee associëren. Men maakte dit soort gelei op basis van bouillon, en het was vooral bedoeld om een gerecht mooi aan te kleden. In de jaren ’70 vonden we het misschien hypermodern; als we er vandaag de dag op terugkijken lijkt het hopeloos gedateerd.

Andere moderne voedsel verwachtingen van vroeger zijn het ontwikkelen van een pil die aan al onze dagelijkse voedingsbenodigdheden zou voldoen, of voedsel dat we niet met onze smaakpapillen, maar met onze ogen en neus zouden kunnen waarderen. Maar het voedselsysteem is sindsdien verandert, en ons beeld van de toekomst verandert mee: vandaag dromen we over kweekvlees, een klimaatneutraal dieet op basis van reststromen, of voedsel dat binnen 5 minuten van bestellen vers bereid voor onze deur staat.

Een toekomstvisioen van voedselbezorging, uit de jaren ’40.

Goedkoop, effectief, lekker

Dat de gelei-trend geen permanente stempel op onze huidige voedselcultuur heeft gedrukt, kunnen we ons wel voorstellen. Welke voedsel superhelden zijn er dan wél? Wat heeft een blijvende impact gehad op het voedselsysteem? Tegenwoordig hoor je veel over gemaksvoedsel of over ultrabewerkt voedsel, en vaak wordt gewaarschuwd voor hun ongezonde eigenschappen. Toch maken we voor één van de belangrijkste voedselinnovaties van de afgelopen eeuw een tocht naar misschien wel het goedkoopste schap in de hele supermarkt: het noedelschap.

Instant noedels werden voor het eerst ontwikkeld in Japan aan het einde van de jaren ’50. De oprichter van Nissin, een noedelbedrijf dat nog altijd niet weg te denken is uit de supermarktschappen, ontwikkelde als eerste het proces van het koken tot aan het uitdrogen van de noedels, en kwam tot het befaamde noedelblokje zoals tegenwoordig in elke noedelverpakking van elk merk te vinden is. In drie minuten klaar, compact en smaakvol – het was voorbestemd om succesvol te worden. Destijds waren noedels alleen geen goedkoop studentenvoer, maar een luxe: ze kostten zes keer zo veel als lokale verse noedels.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Not all heroes wear capes

Gelukkig ligt die tijd achter ons. Inmiddels genieten we van deze sliertige superfood voor 50 cent per portie of minder. Door decennia aan innovaties en een vraag die steeds groter werd, is het maken van noedels steeds efficiënter geworden. De eindeloos lijkende houdbaarheidsdatum en de lage productiekosten maken het tot over de hele wereld een populair gerecht. De Wereldwijde Instant Noedels Vereniging (ja, deze bestaat echt) schat het aantal porties noedels dat per jaar wordt geconsumeerd op zo’n 116 miljard over 2020 – ruim 15 porties per persoon, voor iedereen op aarde.

Oké, het is dan populair en goedkoop, maar wat maakt noedels bijzonder? Om noedels klaar te maken moet je water koken – en daarmee dood je de meeste schadelijke bacteriën. Het bevat verzadigd vet, koolhydraten en zout dat zorgt dat je vocht vasthoudt. Het is weliswaar dan niet zo rijk aan vitamines, maar als overleven een prioriteit is, zijn noedels niet te onderschatten.

Sterker nog, het is zo’n voedsel superheld dat de grootste noedelfabrikanten jaarlijks duizenden pakjes noedels doneren aan crisisgebieden, bij wijze van snelle voedselhulp. Vooraanstaande publicaties als NPR en The Economist loven noedels om hun rol in het tegengaan van hongersnoden.

Hier in Nederland kijkt je moeder je waarschijnlijk streng aan als je te vaak noedels eet. Helaas voor noedelliefhebbers vind je noedels dan ook niet terug in de Schijf van Vijf. Superheld of niet, het is voor de meeste mensen geen superfood te noemen. Volgens het Voedingscentrum bevat het te weinig vezel en te veel verzadigd vet en zout.

Het is niet de superheld die wij Nederlanders het hardst nodig hebben, en de gelatine saladeblokjes vallen waarschijnlijk ook niet meer in de smaak. Misschien kunnen we het beter houden bij de ‘superfoods’ van nu. Al zijn er weinig voedselsoorten die dezelfde impact op hun naam hebben staan als de Super Noedel.

Hoe een klein land groot kan zijn

Voedselproductie, dat is waar ons kleine land groot in is. Toch zullen we nog veel grootser moeten denken voor een duurzame toekomst. 

Wij vertellen over de zoektocht van de sector. Eerlijke verhalen over kleine en grote stappen, en over misstappen. We kijken buiten de grens, in ons land, en bij ons thuis.

Nieuwsbrief
Nieuwsgierig naar een duurzame voedseltoekomst?