Industrie ziet in preventieakkoord een krachtige gezamenlijke aanpak

650 keer bekeken

Het Nationaal Preventieakkoord is zojuist ondertekend door overheid, maatschappelijke organisaties, supermarkten en producenten en zal worden gepresenteerd aan de Tweede Kamer. We spraken met Marian Geluk, directeur van de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI) die met meer dan 500 leden de Nederlandse levensmiddelenindustrie vertegenwoordigt. Ze vertelt over hun visie om overgewicht te voorkomen en de inbreng van de FNLI in het zojuist gepresenteerde Nationaal Preventieakkoord.

Lees door voor:

  • Kritiek over producenten aan de onderhandelingstafel
  • De pijlers waarmee de industrie het probleem aan wil pakken
  • De argumentatie om geen suikertaks in te voeren
  • De aanpak van kindermarketing op verpakkingen

In het Nationaal Preventieakkoord, geïnitieerd door staatssecretaris Paul Blokhuis van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staan afspraken om overgewicht, roken en problematisch alcoholgebruik bij burgers te voorkomen. Het doel: een gezondere bevolking. Marian Geluk zat aan tafel voor het onderdeel preventie van overgewicht. Lees hier meer over de doelen en afspraken van het Nationaal Preventieakkoord.

Het is in ons eigen belang overgewicht terug te dringen

Tijdens de onderhandelingen werd in de media door sommigen hun verbazing uitgesproken over het feit dat de levensmiddelenproducenten aan de tafel Overgewicht zaten, begrijp je dat?

Marian Geluk: “Als je beeld is dat de industrie alleen maar zo veel mogelijk wil verkopen, ongeacht de productsamenstelling en de marketingtechnieken, dan snap ik dat je verbaasd bent dat de FNLI aan tafel zit. Sommigen zien een gepolariseerd landschap, de industrie aan de ene kant en maatschappij en haar burgers aan de andere. Om dat te doorbreken is de FNLI onder andere begonnen met Nederland Voedselland, waarop iedereen zijn of haar visie kan vertellen en alle kanten van een verhaal een podium krijgen. Tijdens de gesprekken voor het akkoord heb ik zelf gemerkt dat zelfs de partijen die aan tafel zaten, die dus met ons praten, af en toe verbaasd zijn dat de industrie de verantwoordelijkheid voelt – en het ook zelfs in ons eigen belang is – om overgewicht terug te dringen.

Het is waardevol dat er met dit akkoord is gekozen voor een gezamenlijke aanpak, in plaats van voor overheidsingrijpen. Zo kunnen wij producten met minder suiker en vet maken, kunnen de supermarkten die producten onder de aandacht brengen in het schap en wordt er op scholen meer water aangeboden, en hopen we dat restaurants minder grote porties aanbieden. Tegelijkertijd werken gemeentes aan het bevorderen van het gebruik van de fiets. Het zijn stuk voor stuk maatregelen die elke partij ook individueel kan nemen, maar in gezamenlijkheid meer impact hebben.”

Er werd lang met spanning gewacht op dit akkoord. Nu het er ligt, ben je er tevreden mee?

“Het proces heeft lang geduurd. In totaal zitten meer dan 50 organisaties aan tafel. Daar is bewust voor gekozen, maar dat zorgde ook voor een bizar complex proces.

We zien dat overgewicht en obesitas nog steeds toenemen. Met dit preventieakkoord spreken we met elkaar af de tendens om te buigen. We werken eraan de consumptie van calorieën en de verleidingen te reduceren. Het is een gezamenlijke effort van alle partijen die meedoen. Zo ligt er nu een integrale aanpak en daar zijn we blij mee.”

Tekst gaat door onder foto.

Marian Geluk (FNLI) ondertekent Nationaal Preventieakkoord

Een gezamenlijke aanpak dus. Hoe zit dat met de verantwoordelijkheid voor de gezondheid van de burgers, welke rol heeft de industrie daarin?

“Overgewicht en met name obesitas is een veelkoppig monster. Samen hebben we een verantwoordelijkheid die te verslaan. Iedereen heeft zelf de verantwoordelijkheid voor een gezonde leefstijl. Daarbij is het belangrijk om te zeggen dat het lastig is om in een obesogene omgeving een gezonde leefstijl aan te houden. De industrie voelt de verantwoordelijkheid om het voor consumenten makkelijker te maken minder calorieën tot zich te nemen. Dat kan onder andere door ervoor te zorgen dat je bij eenzelfde eetpatroon wat minder calorieën binnenkrijgt, dus door herformuleren, en ook door verleidingen te verminderen.”

Wat gaat de industrie volgens het preventieakkoord doen?

“We zitten al jaren in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling (AVP), dat tot 2020 loopt. Eén van de inspanningen de leden van de FNLI in het preventieakkoord is om haar inspanningen in het AVP te intensiveren en te versnellen. Qua intensivering gaat het dan met name over de verdergaande afspreken op wat we noemen kritische productgroepen: frisdranken, zuivel, koek, snoep, chocola en tussendoortjes. Dan heb ik het bijvoorbeeld over calorieconsumptie door gesuikerde toetjes en dranken. De frisdrankproducenten gaan verder op de ingeslagen weg: zij ontwikkelen nieuwe producten en zetten marketing in om zero-producten te verkopen.”

Over frisdranken zijn de meest verregaande afspraken gemaakt

Wat zijn volgens jou veelbelovende afspraken?

“Over frisdranken zijn de meest verregaande afspraken gemaakt. We hebben een commitment gedaan hoeveel calorieën we uit de markt gaan halen. Oorspronkelijk was de afspraak 10%, tot voor 2012, dat is verhoogd naar 15%. We zitten op dit moment op 20% en er zijn afspraken gemaakt in dit preventieakkoord die echt ongekend zijn. Zo hebben we toegezegd dat we in 2020 op 25% zullen zitten en in 2025 op 30% minder calorieën op de markt. Dan wordt er een derde uit de markt gehaald. Dat zijn ongelofelijke hoeveelheden.

Hoe we dat doen? Suikers worden uit frisdranken gehaald en nieuwe zero-of lightproducten worden gelanceerd. Denk dan aan de verschillende soorten waters. Wat betreft de reclames gaan wordt er grof ingezet op light en zero. Er is een enorme wedloop ontstaan binnen de industrie wie het grootste marktaandeel in zero haalt. Een andere afspraak is dat er vanaf 1 januari 2019 geen full calory-dranken meer in automaten op scholen te koop zijn. Ook zal je zien dat sommige supermarkten niet langer blikjes van 330 milliliter verkopen, maar van 250 milliliter.”

Het verkleinen van de porties gaat om individueel verpakte snacks

Van welke andere maatregel verwacht je veel effect?

“Een bewezen effectieve maatregel is het verkleinen van portiegrootte. De producenten in de sector koek, snoep, chocola en hartige tussendoortjes hebben hierover afspraken kunnen maken. Dit is een doorbraak; tot nu toe had deze sector in het kader van het Akkoord Verbetering Productsamenstelling nauwelijks branchebrede afspraken gemaakt. Het verkleinen van de porties gaat om individueel verpakte snacks. De afspraak is dat het aanbod aan chocolade onder de 200 kcal wordt vergroot. In 2020 ligt 50% van het A-merkaanbod onder deze grens. Op de verpakking komt ook duidelijke communicatie over de hoeveelheid calorieën per individueel verpakt product. Daarmee kunnen wij als fabrikanten een andere, kleinere, norm voor een portie bepalen. Het risico is wel dat consumenten voor andere producten gaan kiezen of er twee van gaan eten. Dan helpt het natuurlijk niet. Daarom gaat het in de kleine stapjes, zodat de consument eraan kan wennen.”

Het resultaat: veel consumenten stapten over op andere suikerhoudende producten

Andere maatregelen die als effectief worden genoemd zijn prijsafspraken en verbod op kindermarketing. Eerst over de prijsafspraken. Al ver voor de ondertekening was uitgelekt dat er geen suikertaks komt, iets waar de industrie blij mee is. Wat was jullie argumentatie daarbij?

“De industrie is inderdaad niet voor belastingen, dat zal niemand verbazen. De discussie is gegaan over belasting op frisdranken om de keuze van de consument te beïnvloeden richting light.  De Nederlandse frisdrankproducenten lopen voorop in Europa als het gaat om calorieën uit de markt halen. Het verhogen van de belasting voelt voor ons als het uitdelen van een rode kaart aan één van de beste spelers van het Europese team. De vraag naar non-calorische dranken ten koste van calorische dranken groeit snel. Meerdere onderzoeken, zoals van SCP en de Voedselconsumptiepeiling van het RIVM laten dat zien.

We betwijfelen ook sterk of een verhoging van belasting het gewenste aankoopveranderende gedrag zal hebben. De vraag is bovendien of het überhaupt al tot een prijsverschil zal komen in de markt. Zo zie je bijvoorbeeld in de horeca dat er weinig prijsverschil is binnen het aanbod van frisdranken. De belasting wordt dan geabsorbeerd door de industrie, de consument merkt het niet en het is dan ook niet van invloed op zijn keuze. Daarnaast zou 0.0%-bier dan ook extra belast worden, wat niet gewenst is als je het drinken van alcoholvrij bier wil stimuleren. Bovendien zien we dat onze aanpak juist goed werkt en de vraag naar non-calorische dranken ten koste van calorische dranken snel groeit.

Dit jaar heeft Engeland de suikertaks ingevoerd. Dat is twee jaar geleden aangekondigd. Onder druk van de aangekondigde suikertaks hebben fabrikanten versneld geherformuleerd, oftewel het suiker uit de producten gehaald. Het resultaat: veel consumenten stapten over op andere suikerhoudende producten. Wat ik niet betwist, is dat als je ergens een enorme belasting op legt, dit effect heeft op de verkoop. Maar als de consument het product met minder suiker vervolgens in de schappen laat liggen, dan verdwijnt het ook snel uit de schappen en mist het zijn effect.

We hebben Nederland vergeleken met Engeland. Hier zijn wij eerder begonnen, en hebben meer dan twee keer zo veel calorieën uit de markt hebben gehaald als in Engeland. We hebben er langer over gedaan, maar met een groter resultaat. Onze aanpak is effectiever dan een suikertaks. Met dat verhaal zijn we aan tafel gaan zitten.”

Die uitzondering geldt straks dus niet meer voor kinderidolen als Dora of Micky Mouse

De beperkingen op kindermarketing, wat is daarvan terechtgekomen?

“Zoals eerder aangekondigd zullen de licensed media characters van de verpakkingen afgaan. Dit is een lang verwachte maatregel. Reclame voor kinderen onder de 7 jaar is al verboden, maar er was een uitzondering voor verpakkingen en point-of-sale materiaal [red.: bijv. een apart losstaand schapje in de supermarkt met sinterklaasproducten]. Die uitzondering geldt straks dus niet meer voor kinderidolen als Dora of Micky Mouse. Voor producten gericht op kinderen tussen 7 en 13 jaar is reclame alleen toegestaan als het voldoet aan Europese voedingskundige criteria die zijn opgenomen in de Reclamecode. Er wordt nu ook besproken of deze criteria goed genoeg zijn. Het gebruik van licensed media characters op verpakkingen gaat nu ook deze regels volgen.

Deze maatregel is een goede stap, maar onderdeel van een groter pakket. Om kinderen een gezonde leefstijl aan te leren is de integrale aanpak, zoals JOGG die voorstaat belangrijk. In het akkoord staan daarom ook afspraken over het aanbod op scholen en pretparken.”

“Met dit preventieakkoord is er een heel pakket aan maatregelen tot stand gekomen. We zijn er trots op dat dit in Nederland mogelijk is. Het is een traject voor de lange adem, maar de eerste stappen zijn gezet. De FNLI en alle ondertekenaars committeren zich aan het grotere doel: overgewicht terugdringen.”