Voedselverspilling door de verwerkende industrie

971 keer bekeken

In Nederland hebben we de Taskforce Circular Economy in Food, daarmee slaan de industrie, de overheid, wetenschap en maatschappelijk organisaties de handen ineen om voedselverspilling te voorkomen. Uit onderzoek is gebleken dat voedselverspilling vooral bij de consument thuis en bij de verwerkende industrie plaatsvindt. Hoeveel dat precies is, daar zijn alleen Europese cijfers van. Daarom wordt in 2018 een nulmeting gedaan, zodat ook de voortgang gemeten kan worden. Wat moeten we ons voorstellen bij voedselverspilling door de verwerkende industrie?

Hoe zit het met voedselverspilling door de verwerkende industrie?

Bij de productie en de verwerking van voedsel ontstaan er altijd reststromen, denk hierbij aan de kopjes en de kontjes van groente, een koekje dat gebroken is in de fabriek, maar ook water dat is gebruikt door de aardappelverwerker of bierbrouwer en waar nog allerlei bruikbare nutriënten in zitten. Ook daarna krijgt de verwerkende partij nog vaak te maken met onopzettelijke en onvermijdelijke voedselverlies, onder andere door:

  • Productiefouten waardoor voedsel beschadigd raakt
  • Productiefouten waardoor een product niet de gangbare vorm, kleur, smaak krijgt of het verkeerde label opgeplakt krijgt
  • Overschotten vanwege seizoenen of speciale dagen (denk aan kerst, Pasen, Valentijnsdag, het WK voetbal)
  • Vervaltijd van de interne uiterlijke verkoopdatum
  • Overschotten vanwege een logistieke uitdaging
  • Overschotten wanneer een product door het verkooppunt uit het schap wordt gehaald

Er zijn overschotten vanwege speciale dagen, denk aan het WK voetbal

“In de industrie spreken we eigenlijk niet van het tegengaan van voedselverspilling, maar gaat het over het maximaal verwaarden van reststromen,” stelt Tim Lohmann, manager Duurzaamheid bij brancheorganisatie FNLI. Op grote schaal worden voedselresten bijvoorbeeld verwerkt tot veevoer (trede 3 op de Ladder van Moerman).

Net als bij de recycling van verpakkingen, zijn voedselreststromen hoogwaardig en laagwaardig te hergebruiken. De Ladder van Moerman is een model dat de verschillende manieren van hergebruik inzichtelijk maakt, waarbij het voorkomen van verspilling de meest wenselijke situatie is en het weggooien of verbranden van voedsel de minst wenselijke. “Organische reststromen zijn geen afval maar grondstof, en zouden alleen bij uitzondering vernietigd moeten worden, bijvoorbeeld uit veiligheidsoverwegingen. En zelfs dan kan er nog energie uit worden teruggewonnen,” zo stelt FNLI op haar website. De verwerkende industrie zoekt dan ook naar manieren om reststromen zo hoog mogelijk te verwaarden.

In de ideale situatie wordt de verspilling van voedsel geheel voorkomen, ook voor bedrijven is dat belangrijk. Lohmann: “Minder voedselverspilling leidt tot een efficiënter productieproces. En door zo efficiënt mogelijk te produceren, gaan er minder grondstoffen waarvoor betaald is verloren. Dat wordt verrekend in de uiteindelijke prijs van een product.” De realiteit blijkt echter dat de hoeveelheid reststromen in de verwerkende industrie toeneemt, zo stelde Rabobank onlangs. “Nederlanders consumeren namelijk steeds meer bewerkt voedsel, en tijdens de productie van bewerkt voedsel zijn er meer reststromen dan bij onbewerkt voedsel.” Daarin schuilt dus een uitdaging voor de industrie.

Bij verliezen wordt dus nagedacht over het zo hoog mogelijk verwaarden van het voedsel. Verwerking tot veevoer en donatie aan de Voedselbanken zijn daar voorbeelden van. Komende weken zoeken we uit welke acties de levensmiddelenindustrie onderneemt om haar eigen voedselverspilling te verminderen en reststromen zo hoog mogelijk te verwaarden.

Het gesprek