Geluk: 'Ruim voldoende is een aanmoediging om nog harder te werken'

340 keer bekeken

 reacties

FNLI bracht deze week het rapport van Motivaction naar buiten over de waardering en het vertrouwen van de Nederlandse consument over de levensmiddelenindustrie. Uit onderzoek onder consumenten bleek dat de levensmiddelenindustrie met 6,9 wordt gewaardeerd. We spraken met Marian Geluk, de nieuwe directeur van de FNLI over het onderzoek, en wat er goed gaat in de industrie en wat er beter kan.

Voor je ligt de rapportkaart van de levensmiddelenindustrie, met een algemeen gemiddelde van 6,9 (vorig jaar: 6,8). Wat vind je van dit cijfer? 

“We hebben onszelf een spiegel voorgehouden. Ik zie deze ruim voldoende als een resultaat van alles wat we doen in de sector. Dit cijfer ligt in de lijn met het cijfer van vorig jaar en met onze verwachting, dat geeft vertrouwen in het onderzoek. Het is fijn dat gemiddeld er volop vertrouwen is in de sector, al had ik het graag hoger gezien. Het is een aanmoediging om door te gaan met wat we al doen en waar dat nodig is onze werkwijzen te verbeteren.”

De levensmiddelenindustrie scoort goed op de thema’s voedselveiligheid (6,9) en de voedingswaarde informatie op verpakkingen (6,7). Waar komen deze goede scores vandaan, denk je?

“Ik ben blij dat voedselveiligheid door de respondenten wordt herkend als sterkte van de sector. Ons voedsel is nog nooit zo veilig geweest en bedrijven hebben hun goede risicomanagement systemen goed op orde. Daarnaast controleert de overheid via onafhankelijke instanties. Dat is bij elkaar een sterk systeem, een van de beste in de wereld."

Een deel van de consumenten geeft aan bezorgd te zijn over de duurzaamheid van voedselproductie

"Ongeveer de helft van de consumenten is tevreden met de voedingsinformatie op het etiket. De andere helft minder of niet. Hier zal in de komende jaren het nodige gaan veranderen, waarbij ik hoop dat we er in slagen Europese afspraken te maken over dezelfde ‘front-of pack’ etiketinformatie in alle landen, zodat je in één oog opslag ziet wat de samenstelling is van een product. Een deel van de consumenten geeft aan bezorgd te zijn over de duurzaamheid van voedselproductie. Daar zijn we blij mee. Dit is een centraal thema in de industrie, waar hard gewerkt wordt. Met hun aankoop- en gebruiksgedrag zijn consumenten ook een belangrijke schakel voor verduurzaming.”

Van de consument krijgt de levensmiddelenindustrie een 5,9 voor haar inspanningen op het gebied van milieu, en voor het thema aanbod producten met natuurlijke in plaats van kunstmatige toevoegingen. Een voldoende, maar met hakken over de sloot. Hoe had dit beter gekund?

“Ik denk dat we vooral beter kunnen vertellen wat er al gebeurt aan verbeteringen op deze punten, maar daarnaast ook eerlijk moeten vertellen wat er nog niet goed gaat en tegen welke dilemma’s we daarbij aanlopen. Milieu is een belangrijk thema binnen de levensmiddelenindustrie. Op vele fronten wordt er gewerkt, een voorbeeld is de recycling van verpakkingsmateriaal of de terugdringing van voedselverspilling. Ook worden er branchebrede afspraken gemaakt zoals het Grondstoffenakkoord van begin dit jaar en het IMVO-convenant voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, dat binnenkort, als alles goed gaat, wordt afgesloten. Deze thema’s, die allen onder de verzamelterm duurzaamheid vallen, worden hiermee verankerd in de processen van de industrie."

Vanuit een veiligheids- en duurzaamheidsperspectief is het geen beleid van de FNLI om E-nummers uit producten te halen

Toevoeging van E-nummers is voor de consument de belangrijkste reden voor het hebben van weinig vertrouwen, blijkt uit het onderzoek. Bedrijven gaan daar ieder op hun eigen manier mee om: de een schrijft de additieven uit op het etiket, de ander haalt ze uit het product. Hoe kijk je daar tegenaan?

“Dat is een lastiger thema. De lijst met E-nummers is juist gemaakt, zodat voor de consument overzichtelijk is te zien welke additieven zijn goedgekeurd en waar ze voor staan. Er is een groep consumenten die producten wil met zo min mogelijk toevoegingen; elk bedrijf kan natuurlijk zelf bepalen om deze trend als kans te zien om toevoegingen uit producten te halen. Vanuit een veiligheids- en duurzaamheidsperspectief is het geen beleid van de FNLI om E-nummers uit producten te halen. Zeker niet.”

Bedrijven maken het elkaar onderling dan best wel lastig, eigenlijk.

“Nederland is een vrij land en dat betekent vrije concurrentie. Over (natuurlijke) toevoegingen zullen we meer de dialoog met elkaar moeten aangaan want hier is geen simpel antwoord op te geven. Het thema staat bovenaan de agenda bij de FNLI en we voeren belangrijke discussies hierover met onze achterban maar die moeten we ook met onze stakeholders voeren. Daarom hoop ik dat steeds meer kritische consumenten, wetenschappers en ngo’s de weg vinden naar Nederland Voedselland om over de hete hangijzers met elkaar het gesprek aan te gaan.”

In de Waarderingsmeter lees je terug dat een grote groep consumenten de levensmiddelenindustrie op veel thema’s als dé verantwoordelijke ziet – zoals het maken van gezondere producten, voedselveiligheid, verduurzaming en geven van voorlichting – maar dat zij de inspanningen van de industrie eigenlijk niet vertrouwt. Een lastige spagaat om je in te bevinden. Hoe wil je dit vertrouwen vergroten?

“Vertrouwen is een groot iets, het vormt het resultaat van alle inspanningen die we doen. Het is belangrijk dat de industrie het goede doet. Het rapport laat zien dat we juist goed op voedselveiligheid scoren en dat zorgen daarover verder gedaald zijn in het afgelopen jaar. De twijfel zit ‘m vooral in gezondheid en duurzaamheid. De industrie herkent zijn verantwoordelijkheid hierin, heeft al veel gedaan in de afgelopen jaren en hier wordt nog volop aan gewerkt."

"Over gezondheid zegt de consument vooral zelf verantwoordelijk te zijn, maar hij moet natuurlijk wel een verantwoorde keuze kunnen maken. Het Akkoord Verbetering Productsamenstelling is er niet voor niets, sinds 2014 werken levensmiddelenbedrijven samen aan de doelen die hierin zijn opgenomen over de vermindering van suiker, zout en verzadigd vet in diverse productcategorieën. Een mooi voorbeeld is het laatste bericht van de groenteconservensector dat er geen suiker meer wordt toegevoegd aan zomergroente en opnieuw minder zout. Samen met het CBL (supermarkten), Horeca Nederland en de cateringbedrijven en met het ministerie van VWS werken we eraan de doelen te halen die we voor 2020 opgesteld hebben. Het RIVM monitort de voortgang hier op en het ministerie van VWS rapporteert de voortgang op haar site."

Heeft de levensmiddelenindustrie volgend jaar een hoger cijfer en wanneer ben je tevreden?

“Ik ben tevreden met vooruitgang, dus hoop natuurlijk dat we bij een volgende meting weer beter beoordeeld worden. Ze zeggen dat vertrouwen te voet komt, dus ik verwacht niet dat we in de komende jaren grote sprongen gaan maken. Ik heb overigens wel vertrouwen in die vooruitgang. Ondanks mijn recente aantreden bij de FNLI, heb ik al ontzettend veel initiatieven gezien en mensen gesproken. Daaruit ontstond bij mij het beeld dat er in deze industrie hard gewerkt wordt en er continue gezocht wordt naar verbeteringen."

Als we nou ook beter worden in heldere en transparante (product)informatie en communicatie, dan weet ik zeker dat onze inspanningen gezien en hoger gewaardeerd gaan worden

"We mogen trots zijn op onze sterktes en de resultaten die we boeken in een heftig concurrerende markt. Als we nou ook beter worden in heldere en transparante (product)informatie en communicatie, dan weet ik zeker dat onze inspanningen gezien en hoger gewaardeerd gaan worden!"

Allerlaatste vraag, is er iets wat je aan de lezers van Nederland Voedselland wilt vragen of voorleggen?

“Op een later tijdstip stel ik me graag wat uitgebreider voor en vertel ik meer over mijn nieuwe baan. Mijn vraag voor nu: wat verwacht je dit jaar van FNLI, de sector en mij persoonlijk? Dat zou ik heel graag willen weten.”

Laat jouw advies aan Marian Geluk achter in het reactieveld hieronder.